vrijdag, 23 januari 2009 18:54
Cabernette, Menelaos & Amaronese
Artikels
Zondagmiddag, koelblauwe hemel, lage winterzon, vrieskou, stijve bries. Heerlijk wandelweer. Cabernette en Amaronese laten de benenwagen evenwel voor wat hij is en bollen met de wielenwagen weg van Ieper. Wat dizzy nog van de wervelende trouwpartij gisterennacht, maar al nieuwsgierig wat de rest van de dag ons zal brengen: lunch en proeverijtje met Menelaos in diens eigenste hometown Brugge.
1. Wijnbar + jackpot = wijnrestaurant. Voor we afzakten naar de gezamenlijke degustatie van Troca Vins Naturels en Langbeen Duitse Topwijn in restaurant Aneth buiten de grachten, brachten we nog een bezoek aan Wijnrestaurant Vineeto. Gelegen in het hart van de Brugse binnenstad, profileert Vineeto zich meer als restaurant dan als wijnbar. Orlane Gogne, die samen met haar man, kok en sommelier Alex Auwerkerken, het restaurant uitbaat, wist ons te vertellen dat ze oorspronkelijk een evenredige verdeling in gedachten hadden, maar dat de verkoop per glas niet echt aansloeg. Veel geopende flessen raakten niet leeg, hetgeen nu niet meteen interessant was voor de kassa. Daardoor zijn er slechts een beperkt aantal wijn per glas beschikbaar (een zestal?) en natuurlijk niet meteen de grootste ontdekkingen. Jammer, vonden we, maar ook heel begrijpelijk, want met doorgaans wat karaktervoller wijnen van minder bekende druivenrassen of appellaties win je nu niet meteen de jackpot. Na de ontvangst werden we vriendelijk een tafel toegewezen in een interieur dat classicistische elementen en modern design op een aangename manier verenigt. Zowel de muren als de onderleggers op tafel zijn versierd met uitvergrote etiketten van grote wijnen, terwijl her en der door bezoekers gesigneerde flessen uitgestald staan. Het draait hier om de wijn, voor wie het nog niet door had. Wijnrestaurant, zo profileert Vineeto zich daarenboven zelfbewust. Daar komt dus ook eten bij aan te pas. Geen tapas, maar wel een ‘betere’ restaurantkaart: seizoensgebonden gerechten en een menuutje of twee drie. Een vluchtige kijk op de kaart doet ons al snel voor het menu “The Vineeto Way” kiezen. Een menu bestaande uit drie gangen met keuze tussen rundscarpaccio of een soepje van bospaddenstoelen als voorgerecht, slibtongetjes of een stoofpotje van lam als hoofdgerecht en als afsluiter crème brûlée of hoevekaasjes. De dame in het gezelschap kiest voor de soep en de vis, beide heren storten zich conform het decorum op het vlees.
2. Italiaanse mama's en kanonnevlees. De wijnen per glas lieten we maar aan onze neus voorbijgaan. Geen onaardige selectie hoor, maar allemaal wat anoniem correct. Het zijn zekerheden op de kaart, maar als wijnrestaurant mag je toch proberen een halfje van die zekerheden in te ruilen voor een handvol avontuur en uitdaging. Heel wat wijnliefhebbers zakken net daarvoor naar een wijnbar af. We openden de wijnkaart dan maar. Een eerste geruststelling: geen hele rist Grand Cru Classés die niemand kan betalen, tenzij met de kredietkaart van de zaak of als CEO van de één of andere mensenetende multinational. Net als in de wijnen-per-glaskaart ook heel wat zekerheden, maar toch een evenredig aantal suggesties die de koordans van de internationale markt ontsprongen. Ook leuk: heel wat oudere jaargangen op de kaart. Nog zoiets dat je als wijnliefhebber wel kan appreciëren. Kon je ze nu nog eens per glas proeven ... want per fles zit je toch al gemakkelijk boven de € 45 - € 50, een hele lap geld, die niet iedereen wil besteden aan een fles waarvan hij niet zeker weet wat ze aan tafel brengt. Hoofdmoot blijft natuurlijk Frankrijk, maar daarbuiten vinden we heel wat wijnen van zowat overal terug. Veel suggesties kregen we niet. Orlane Gogne stond er blijkbaar alleen voor in de gelagzaal, dus een praatje kon er niet bij. Spijtig toch. We gingen dan maar met z’n drieën op strooptocht en spotten een La Donna Canone van Bonny Doon – Il Circo in een speciaal hoekje voor de freaks: echt wijnen voor wie eens wat anders wil. Vinden wij wel cool, dus die Dona moest er maar meteen aan geloven. Zo knotsgek als Randall Graham is, zo wild ziet het etiket van deze fles eruit. Een fauvistisch tafereel van een tot de verbeelding sprekende circusact: het levende kanonnenvlees. Leven deed deze Ruchè – een vergeten rode druif uit Piemonte – zonder twijfel en een kanon was het zeker ook, een beetje gemakkelijk ontvlambaar zelfs, met zijn 15% alcohol. Rozenblaadjes en guimauve op de neus, met een beetje kruidnagel en veenbes. Een rode piraat in de mond, hevig, vurig zelfs, misschien zelfs wat te, want het kruit van deze Ruchè di Castagnole Monferrato DOC is iets te snel verschoten. De afdronk is wat kort en warm. Een Donna die al eerder richting Italiaanse mama uitgaat: koleriek, maar toch wel een tikkeltje gemis aan fraîcheur. Wij lieten na een glas dan ook meteen de koelemmer aanrukken, die zonder enig pardon gebracht werd. Het kanonnenvlees liet zich met deze kleine ingreep al snel van zijn liefste kant zien. Nu ja, waarom moesten wij ook weer zoiets aberrant van de kaart kiezen? Simpel: Cabernette koos voor soep van boschampignons en slibtongetjes, wij gingen voor de carpaccio en het lamsstoofpotje. Naast die eigenaardige combinatie kon wel zo ongeveer niets staan, dus gooiden we het op een akkoordje: we kiezen iets aparts. Eén fles was wel genoeg, want na afloop was het nog een eindje fietsen naar de volgende proeverij. Een Ruchè dus. Ik kende ze eerder als pezige, frisse, sappige drinkwijnen met vinnige zuren – zo een beetje à la Gamay d’Anjou of Touraine Rouge –, niet al te complexe wijnen die je met veel plezier vlot wegdrinkt. Randall Graham kennende zou zijn Ruchè zelfs wel tegen die lamsstoverij kunnen opboksen. En ja hoor ... . 3. Een zespotig voedingssuppelement. Na een aardig poosje wachten vielen we met stevige honger op het voorgerecht aan: de heren op hun carpaccio (Amaronese trok al dadelijk zijn wenkbrauwen op bij het aanschouwen van de wel heel felle kleur van het vlees) en Cabernette op haar soepje van bospaddestoelen. De carpaccio bleek passabel, maar een Italiaanse carpaccio is toch wel wat anders: het juiste vlees, de kwaliteit van het vlees, ... , dat vind je hier niet dikwijls terug. Aan de vrouwelijke kant van de tafel bleef het eerst verheerlijkt stil (véél paddestoelen, verfijnde bouillon), tot er opeens een mier (!) uit de soep werd gevist en er ook nog wat takjes en gruis op de bodem van de soepkom bleven liggen. De paddestoelen waren ongetwijfeld zeer vers, maar het grondig afborstelen was er duidelijk bij ingeschoten. Nu hebben wij niets tegen bio-keuken, wel integendeel, maar als we extra proteïnen willen, dan toch liever niet van het zespotige soort! Bij het hoofdgerecht speelde zich een vergelijkbaar scenario af. Het lamsstoofpotje bleek overheerlijk en legde de heren gedurende minstens een kwartier het zwijgen op. Aan de andere kant van de tafel waren de slibtongetjes bijzonder in hun element, al zwemmend in de boter. Niet direct naar de zin van Cabernette, die de voor de rest wel correct gebakken tongetjes kon pruimen, maar met heimwee terugdacht aan de meest perfecte sole meunière ooit die ze het jaar daarvoor op de markt in Doornik proefde bij een memorabel tête-à-tête met Amaronese in Le Carillon. Als afsluiter kozen Menelaos en Amaronese voor een streepje kaas, Cabernette hield het op haar geliefd kwakje crème brûlée (eindelijk een schot in de roos, haar hoogtepunt van de maaltijd). Tja, en daar gingen we weer uit de bocht, want, met het gezapige tempo waarmee de gerechten aan tafel kwamen, was het ondertussen al half vier, en dus waren twee soorten kaas al op. Er werd ons dan geen extraatje aangerekend voor het kaasdessert. Goed, wel een schamele troost die we beide dan maar verdronken in een glaasje Overhex, Soulo, Red Muscadel 2006, een typisch Zuid-Afrikaanse zoete versterkte wijn. Weer zo’n een aberrant geval zal je zeggen en ja, dat klopt nog ook. Ik wilde het er nog eens op wagen, want ik ben er nog geen enkele echt goede tegengekomen. Weer mis, want ook deze Muscadel deed het niet: wat te plat zoet, zeker naar de afdronk toe miste hij wat lift. Eigenlijk ook wat monotoon, iets dat je nogal snel kan hebben met Muscadel. Typische muskaattonen met een beetje pruimachtig fruit en dan is het muziekje af. Zoetig en plomp, net geen slechte Ruby Port zoals je in cafés vaak te drinken krijgt. 4. Anticlimax. We eindigden met een anticlimax en dan loop je het risico wat zwaarder te oordelen dan nodig is. Dat gaan we dus even vermijden. Van de wijnkaart kunnen we niet al teveel miszeggen: de prijzen zijn in orde, de keuze is degelijk, ze is met kennis van zaken samengesteld. Er hadden anderzijds vast wel wat meer of diverser wijnen per glas bij gekund. De sfeer is best. Bijna alles ademt hier wijn. Wij voelden ons meteen thuis. Ook niet slecht. Een praatje over de wijn had wel leuk geweest. Wij koutten achteraf wel een beetje bij, maar dat is toch niet helemaal hetzelfde. En ondanks de tegenvallende lunch - er kan altijd wel eens wat fout lopen - was er toch wel dat echt wel lekkere lamsstoofpotje: een eenvoudig, kruidig en vooral eerlijk gerecht. Misschien ligt hier wel de fort van de chef-kok en sommelier Alex Auwerkerken?
Sfeer: 7/10. Bediening: 6/10. Keuken: 4/10. Wijnkaart: 6,5/10. Algemeen: 5/10. Oordeel: 5,5/10. 
Wij betaalden € 125,80 voor drie personen, waarvan € 31,90 voor de wijnen.
Vineeto Oude Burg 10 8000 Brugge Tel.:050/34.69.60
LAST_UPDATED2
|
maandag, 19 januari 2009 15:45
Cabernette & Amaronese
Artikels
Cabernette en Amaronese, versterkt met één van de recentste Orbisrecruten, volgen hun nieuwsgierige, maar enigszins verkleumde reukorgaan en belanden in d’Hoogeschool.
1. Aangenaam.
Een vrijdagmiddag in de herfst, typisch Belgisch weer. Op het Hogeschoolplein in Leuven, waar Cabernette vijf jaar op kot doorbracht op enkele huisnummers van de Salons Georges, met Amaronese om de hoek, zeilden de herfstbladeren door de grijze lucht. Samen met een collega zijn we maar weer eens op zoek naar een Leuvens etablissement waar prijs en kwaliteit nog in verhouding zijn – niet meteen een sinecure – en zoals gewoonlijk wordt er eerst twintig minuten gediscussieerd en rondgelopen (we komen o.a. voorbij Trente, altijd een uitstekende optie voor fans van de moleculaire keuken en originele visbereidingen - zie hier) vooraleer we tot een consensus komen. Aangezien iedereen meer zin had in een stuk vlees (Amaronese en wild, dat is immers twee handen op één – everzwijn met truffels – buik), werd er gekozen voor de eerder als traditioneel te boek staande keuken van d’Hoogeschool. Je weet wel: de winnaar van ‘Mijn restaurant’, de VTM-remake van het Australische My restaurant rules. Daar hadden zelfs wij zonder televisie al iets over opgevangen … . Het bleek voor een middag in de week best wel mogelijk om er zonder reservatie binnen te vallen. Leuk, dan laten we er geen gras over groeien, en binnen waren we. Even gewacht en nog geen twee minuten later zaten we al met onze neuzen in de menukaart, aan een tafeltje bij het raam. In die eerste tien minuten kreeg d’Hoogeschool alvast goede punten voor de zeer bescheiden en rustige achtergrondmuziek, de comfortabele stoelen en de ruim bemeten plaats per persoon. We hebben er een gloeiende hekel aan om als een sardientje in blik vast te zitten tussen onze tafelgenoten, geen stukje vlees te kunnen snijden zonder een buur een elleboogstoot te verkopen en dan ook nog eens op een ongemakkelijke stoel de maaltijd te moeten uitzitten … . Gruwel is dat en minstens een reden om onpasselijk ergens buiten te komen. Uiteraard gaat het in een restaurant in de eerste plaats om een degelijke maaltijd, maar aangezien wij gemiddeld aardig wat uitgeven als we uit eten gaan, verwachten we dat we op zijn minst comfortabel de op tafel getoverde lekkernijen kunnen verorberen. Een kus van de juf en een bank vooruit voor d'Hoogeschool dus wat comfort en ruimte betreft, daarover bestaat geen enkele twijfel. Nu ja, dit gezegd zijnde, maar weer even ter zake: een mens heeft honger, neust, kiest en klapt de menukaart dicht. Onze keuze was snel gemaakt: unaniem gingen we voor het menu d’Hoogeschool, drie gangen zonder aangepaste wijnen (€ 45.00). Er moest nadien toch ook nog wat gewerkt worden ... .
2. Een kleine wijnwereld. Zonder aangepaste wijnen betekent uiteraard niet zonder wijn en Amaronese dook, na het bestellen van een glas Champagne als aperitief – degelijk, fris en droog, maar niet opvallend, de naam is ons dus niet bijgebleven - voor het komende kwartier weg in de wijnkaart. Voor de Orbisleden is dat een bijzonder vertrouwd scenario, maar onze ober nr 1 (we werden immers niet constant door dezelfde persoon bediend, maar door drie verschillende mensen, en dat was enigszins verwarrend) werd er toch wel wat zenuwachtig van. Niet geheel ten onrechte, want aan de wijnkaart was nog wel wat werk. De beperkte keuze vonden wij wel ok, geen probleem mee. We worden er altijd wat wanhopig als er een dertig tuintegels tellende kelderencyclopedie op de tafel dondert. Heel impressionant hoor, maar wijn kiezen wordt dan algauw archiefwerk en zonder een goede sommelier als gids is dat bijna om wanhopig van te worden. Kort en bondig of een steengoede sommelier, dat is meer onze stijl. Het eerste kom je nog wel eens tegen, het tweede al heel wat minder. Hier ook niet dus, maar dat hoeft ook niet meteen: een gepassioneerde ober of twee maakt al veel goed, is soms zelfs leuker. In d’Hoogeschool visten we voor optie twee spijtig genoeg ook achter het net. Geen gids dus. Wel een wijnkaartje dat met goede wil in elkaar gestoken was. Dat was al iets, als het niet al te duidelijk bij die goede wil gebleven was ... . Natuurlijk figureren de klassiekers op de kaart: een lijstje Bordeaux, een aftelrijmpje Bourgognes, zowel rood als wit. Rhône stuurde haar kat. Loire en Languedoc zonden blijkbaar helemaal niks. Uit Chili werden een paar dertien-in-een-dozijnwijntjes overgevlogen en voor de rest bleek de Nieuwe Wereld zo goed als onbestaande. En ja, zoete wijnen? Pardon, nog nooit van gehoord! Wat is de wijnwereld toch schattig klein als je het zo bekijkt. Ik voelde me een beetje als Paris Hilton voor de toilettafel van Nana Mouskourri: maar één zonnebril, om duizelig van te worden. Eén zonnebril met zelfs een paar al te evidente krassen op. Daar worden we wel een beetje chagrijnig van. Is het nou echt zo moeilijk gewoon even netjes over te typen wat er op de fles staat? Of Google even en leg er je cursus ‘Wijn en sterke dranken’ naast; krijgen we allemaal in de horeca-opleiding. ’ t Is een fluitje van een cent om aan correcte informatie te geraken, probeer die dan ook – als het even kan – correct op de wijnkaart te krijgen. Typefouten, verwarringen tussen appellatienaam en domeinnaam, de naam van de wijnboer die ontbreekt, ... ik ben het al zo vaak tegengekomen. Op den duur kijk je er zelfs wat over, maar toch niet in een restaurant dat door topchef Peter Goossens, Ambiance-hoofdredacteur Dirk De Prins (toch een zelfverklaard groot wijnkenner, niet?) en horeca-manager Christian Cabanier (tja, managers vind je nu eens letterlijk overal) de hemel in geprezen werd? Ik bestelde wat overdreven gearticuleerd een Hautes-Côtes de Nuits van Michel Gros, eentje die ik onlangs nog alle concurrentie had weten van tafel vegen in een Bourgogne Aujourd’hui-proeverij. Overdreven gearticuleerd ... want er stond Côtes de Nuits Villages op de kaart en dat maakt Michel Gros niet. “Côtes de Nuits Villages,” herhaalt nr. 2, met zijn vinger wijzend op de wijnkaart. Grrrr. Even liep er in mijn dagdroom een ober met vork in linkeroog en wijnkaart in rechteroor terug naar de keuken. Nee hoor, niets gebeurd, maar zulk een idiote fouten passen echt wel niet bij de “eerlijke keuken” van d’Hoogeschool, “waar het product de plaats krijgt die het verdient”, toch?
3. Indulgence. Terwijl Amaronese de wijnkaart kritisch aan het doorspitten was, werd er door de dames duchtig aan de bubbeltjes genipt en van de drankknabbels in fusion-stijl gesnoept: gemarineerde Spaanse olijven, popcorn Tandoori en een gebakken rolletje Gandaham. Ergens middenin een paar anekdotes over het tuinkabouter-terracottaleger van onze Lowie arriveerde er een trio van amuse-gueules, waarin de invloed van de moleculaire keuken goed merkbaar was: hartig sorbet, schuimje hier en geleitje daar. Van een tomatensorbet met pesto lepelden we een schuimpje mozzarella weg, van het pompoensoepje een schuimpje spek en in potje nummer drie vonden we mosseltjes in witte Grimbergen met komkommergelei. Voor amuse-gueules een behoorlijk uitgebreid palet, degelijk bereid en mooi gepresenteerd, maar qua combinaties niet echt vernieuwend. Het menu ontvouwde zich verder als volgt:
- (Voorgerecht) Carpaccio van tonijn met een toefje mousse van gerookte paling, sorbet van Granny Smith en postelein.
- (Hoofdgerecht) Hertenstukje in Ghana-chocolade met pastinaakpuree, gebakken spruitjes, girolles, amandelkroketjes en rode kool met jonagold. Apart kommetje met schouderstuk van hert in een stoverij met spekjes en champignons.
- (Extra) Verfrissende flûte met een panacotta van rood fruit, een bolletje ijs van bloedappelsien gegarneerd met een spietje Brusselse wafel.
- (Dessert) Triovariatie op appel en peer : mini tarte tatin met kaneelijs, gelaagde chocoladecrumble met appel-peerchutney, ganache en tuile au coco, sabayon brûlé op een brunoise van appel en peer met poire Williams.
- (Extra) Verse appelbeignets.
- (Koffie)
 Bijzonder lekker was vooral de tonijncarpaccio. Flinterdun gesneden, fris, sappig bijna, besprenkeld met een zinnenprikkelende vinaigrette, fijnzinnig gecounterd door het appelsorbet en de hartige palingmousse, op het bord geschikt als een doek van Rothko. Een geslaagde entrée. Wat ons betreft zelfs de voltreffer van het menu. Ook het hertenstukje was niet te versmaden, maar hier werkte de horizontale analyse van het geheel wat minder. Het stoofpotje van schouderstuk schoot zijn doel wat voorbij. Lekker op zich, maar het vond niet meteen aansluiting bij de rest van het gerecht (ok, het was óók hert). Net zo met de spruitjes, amandelkroketjes, pastinaakpuree, rode kool, ... . Het mocht allemaal wat minder zijn: hoe delicieus ook, wij hebben liever geen kookencyclopedie op ons bord. De wijn deed het bij beide gerechten uitstekend. Puur drinkplezier met een springerige aanzet van cassis en knapperige zuren. Je kon er zo de zomerse koelte van de Hautes-Côtes in herkennen, een beetje zoals een cassisstruik die heeft staan stoven in de zon en bij het vallen van de avond, in de koelte zijn zoele geur hellingafwaarts stuurt. Gelukkig hield hij mijn hoofd ook koel, want de fles verdween telkens naar een plekje op de toog, vijf meter van onze tafel. “ Hé, die fles is van mij!”, wilde ik nog roepen, maar nr. 3 sprintte al weg en ook het hertenstukje was echt wel te lekker. We sloten af met een ‘triovariatie op appel en peer’. Ik ben al geen dessertmens – geef mij maar een smeuïg stukje kaas aan het eind van de maaltijd – en van zulke kunstzinnige gerechtbenamingen krijg ik meestal al meteen de piepers, maar hier zou dat niet op zijn plaats geweest zijn. Voor ik het wist, was mijn dessert tot de laatste kruimel verdwenen. Zalig lekker, niet te zoet, niet te zwaar, afwisselend, hier staat een dessertkok in de keuken! Ik vond het toch zo jammer dat die mini tarte tatin ook niet in maxi-formaat te krijgen was, want dan had er nog een heus Breugheliaans festijn gevolgd. Zelden een tarte tatin gegeten die zo ontroerend lekker was.
4. Geslaagd met schoonheidsfoutjes in het parcours.
Al bij al dus een heel geslaagde lunch. Een goede, wel wat afstandelijke ontvangst (waar is die joviale Belg gebleven?) en een aangenaam, comfortabel kader. Een moderne, maar niet al te misplaatst kunstige keuken en bovenal, geen exorbitante prijzen. Echt goed, waar voor je geld, alleen jammer van de schoonheidsfoutjes in de wijnkaart en wijnbediening!
Atmosfeer: 8/10.
Bediening: 6,5/10.
Keuken: 8/10.
Wijnkaart: 4,5/10.
Algemeen: 7,5/10.
D'Hoogeschool Hogeschoolplein 8 3000 Leuven Tel.: 016/41.33.19
LAST_UPDATED2
zondag, 21 december 2008 15:51
Menelaos
Zero Wine!
Een blindproeverij houden op je eentje is niet zo simpel. Je kunt het een beetje vergelijken met een stoelendans als je alleen thuis bent. Maar toch besloot ik het er op te wagen, al was het omdat mijn objectiviteit niet in vraag gesteld zou worden. Zonder te kijken schonk ik mijn INAO-glas vol, zette de fles weg en kuiste de rest op. Oké, hier gaan we even voor zitten. Zalmkleur, lichtjes troebel. Hmmm, ongefilterd? Alle smaaksensaties van het productieproces rechtstreeks in het glas? Dat ziet er goed uit! Een zure neus met duidelijke frambozensnoepjes. Tiens, dat hadden we niet verwacht. Het oorspronkelijk enthousiasme slaat om. Ik durf bijna niet te proeven. Te laat. In de mond meer zoetigheid, nee wacht, alleen maar zoetigheid. Van die paarse beertjes die te lang in de auto gelegen hebben. Geen idee waar dit vandaan zou moeten komen, wie dit zou durven bottelen. Genoeg objectiviteit, hier die fles. Geen jaartal. "...gearomatiseerd met kruiden en natuurlijk frambozenaroma." Ja, dat was al duidelijk. "Met suiker en zoetstoffen." Je meent het? Het "vigneron independant"-manneken op het glas zou er bijna zijn vat van laten vallen! Eigenlijk had ik het aan de vorm van de "fles" al kunnen raden. En aan het geluid van het aluminiumlipje dat langzaam losscheurt. AOC Hoegaarden, Cuvee Rosée. Editoriaal: Ik ben de eerste om toe te geven dat het gemakkelijk is om met dergelijke producten te spotten. Eerlijkheid gebied mij ook te vermelden dat ik geen fan ben van Inbev en hun aanpak. Maar dit neemt niet weg dat ik het belangrijk vind om dit soort populistische cocktails te doorprikken. Of het nu bier is of wijn, eten of het nieuws, het wordt tijd dat we allemaal weer wat kritischer worden in wat we voorgeschoteld krijgen. En dat wil niet zeggen dat je geen Coca-Cola, Jupiler of Martini Brut meer mag drinken, maar dat je voor ogen houdt dat met een kleine beetje meer moeite, geld of durf er zoveel meer te ontdekken valt. Ook al wordt er dan misschien ook eens met jou gelachen.
LAST_UPDATED2
dinsdag, 16 december 2008 14:19
Amaronese
Artikels
Etikettendrinkers ... ik kan ze niet uitstaan. Vooral niet als na vijf woorden gesprek blijkt dat ze niet eens weten wat het aanbeden etiket in kwestie vertelt over de wijn waar ze zo graag over opscheppen. Nu ja, als ik eerlijk ben, moet ik daar dan ook meteen aan toevoegen dat ik een stukje van mezelf niet kan uitstaan (een klein stukje weliswaar ). Het zou een beetje snobistisch zijn, te ontkennen dat ook ik eens niet val voor een etiket, dat ook ik niet eens een wijn drink en apprecieer eerder voor wat het etiket me vertelt, dan voor wat de fles me helemaal niet weet te vertellen. Het zou bovendien helemaal van een overmatige pretentie getuigen moesten we gaan beweren dat we helemaal imuun blijven voor een mooi ogend, origineel of misschien zelfs controversieel vodje papier op een fles. Want ja, zonder dat vodje zou een fles wijn evenveel of even weinig te vertellen hebben als het geborneerde flatface van pouty lips Scarlett Johansson ... .
1. Etiketten, de kenners, de CEO's.
Tja, soms is het toch wel even kicken als je zo maar eventjes een Château Ausone of een Romanée-Conti op de tafel tevoorschijn mag toveren. Meer nog zelfs als iemand anders die voor jou op tafel tovert! Het geeft ergens een thrill als je weet hoe 'zeldzaam' deze flessen zijn, wat voor moeite je moet doen om eraan te geraken en vooral hoe je je beurs tot de laatste hoek mag binnenstebuiten keren om er één flesje van te kunnen wegleggen. Want dat laatste is vooral wat een 'grote naam' op een etiket ons verzekert: dat het bedrag dat je ervoor neertelde niet van de poes was. Net hier gaat het dan ook meestal mis. We vergapen ons op de vermeende exclusiviteit van de fles, de exclusiviteit die ons verzekerd wordt door dat astronomische prijskaartje, verbonden aan het etiket. Maar is die relatie we altijd zo 1:1? Impliceert een fenomenale hoop afgedokte flappen ook een zeldzame of zelfs unieke ervaring? Iedereen die al wat van deze wijnen heeft mogen proeven weet dat die unieke ervaring in een relatief groot aantal gevallen uitblijft en toch gaan heel wat mensen steeds terug op zoek naar flessen met die ene naam, dat ene etiket. Het waarom daarvan is simpel: herkenning en associatie. In de eerste plaats heb je het bedonderende effect van het etiket - en ik zeg met opzet 'bedonderend' i.p.v. overdonderend: zo'n fles mogen drinken wordt sowieso als een privilege opgevat. Je gastheer verleent je de unieke kans zoiets te proeven. Recht voor de raap gaan zeggen dat je de fles aan tafel 'even opgeblazen vind als het ego van Guy Verhofstadt' past dan ook echt niet in het decorum. Je zou je gastheer er erg mee kwetsen dus word je lyrisch en loof je de fles en indirect ook je gastheer, al laat dat een wrange nasmaak achter in de mond. Met een gespleten tong proeven we inderdaad niet meteen oprecht. Enfin, zo is het toch voor de minder rijken op aarde onder ons. Voor jou, CEO met een torenhoge ontslagvergoeding of een percentje vermindering op de inkomstenbelasting ligt het evenwel anders: je koopt dit omdat je je't kan veroorloven en omdat dit bij je status hoort. Mindere flessen horen niet op tafel. Het gaat je niet om de intrinsieke kwaliteit van de fles, het gaat je niet om wat de fles aan tafel brengt, laat staan dat je kan peilen naar die kwaliteit: je mist gewoonweg vergelijkingspunten - m.a.w. eigenlijk 'ken' je niets van wijn, je wil je alleen maar voordoen als een wijnkenner. Of, zal ik maar zeggen, een etikettenkenner? Immers, voor jou is de symbolische waarde van het goedje in die fles simpelweg gelijk te stellen met de economische waarde die het etiket je verzekert. Een zekere belegging voor aan tafel als het ware: je bestuift mekaar met wat symbolisch kapitaal dat zodanig uitgehold is dat je gast, conform de huidige normen van discursieve transparantie, perfect kan inschatten hoeveel hij je waard is. Letterlijk dan, ... . Allez, voor die ene fles toch, want hoeveel andere laat je liever als verzekerde belegging wegrotten in je kelder? Hoeveel flessen houd je liever van de markt zodat schaarste en tegelijkertijd dan ook maar de b eleggingswaarde van je gebottelde geldschijtende ezeljes de hoogte in schiet? Trouwens, tussen ons gezegd en gezwegen, dat is ook de reden waarom je Decanter koopt. Tijd om zoiets te lezen heb je toch niet - dat verkondig je tegen Jan en Alleman: "Ik heb geen tijd voor die dingen, ... werk, werk, werk en tja, mijn vrouwke wil ook nog eens graag wat *zucht*." Jaja, die businessmantra's kennen we allemaal. De enige bladzijden die je liefst het eerst openslaat staan helemaal achterin: de laatste tien pagina's waarin je lekker masturbatoir je eigen kuddegedrag bevestigd ziet in een interview met één van je homies, je lekker kan geilen op de laatste veilingnieuwtjes en helemaal orgiastisch beneveld geraakt van de drie fetishpagina's vol tabelletjes met beurswaarden voor deze of gene cru ... . Herkenning dus ... .
2. Het vintage-fetishisme. Associatie, tja, daar doen we ook allemaal aan mee en daar speelt de huidige bundel marketingstrategieën ook zeer handig op in. Elk etiket roept reeds beleefde ervaringen, andere namen, een heel discours rond een bepaalde appellatie, cru of domeinnaam op. Neem nu Pomerol. Doe een poll in je kennissenkring waarbij je gewoon vraagt wat Pomerol is en zie: ongeveer elke ondervraagde spreekt een ongenuanceerd waardeoordeel uit. Heel wat mensen weten daarbij eigenlijk niet waar het over gaat. Als er al enkelen weten dat je het over een Bordeauxappellatie hebt en niet over een druif of een château, dan mag je tevreden zijn. Voor de rest zal zowat iedereen het hebben over 'grote' wijn, die 'heel lekker' is, wel 'duur', en 'zeldzaam', voor 'af en toe', 'om lang te laten liggen', want dan wordt hij 'alleen maar beter'. Nu ja, wat wil je met zo'n 'naam' en zo 'uniek'. Jammer genoeg is niet heel Pomerol Pétrus, maar dat vergeten we even. Als er nog maar 'Pomerol' op het etiket prijkt kan het al niet meer om een slechte wijn gaan. 'Men zegt immers dat', enz. Ook hier: wat er uiteindelijk in de fles zit, maakt voor velen niet meer uit. Waarom? Omdat men in de eerste plaats niet meer de moeite neemt te gaan vergelijken en vooral zichzelf te vertrouwen in het proeven. We geloven liever wat er verteld wordt. Geruststellend, want dan moeten we onszelf niet bevragen en, bovenal, dan is die dure fles toch wel haar geld waard. Een etiket mikt in 90% van de gevallen op een vereenzelviging met een bepaald discours. Denk maar aan het marketingbelang van de vroegere slagzin 'méthode champennoise' of de nog steeds belangrijke vermelding van een appellatienaam of een druivensoort in koeien van letters op een etiket. Denk aan de kilometers holle frasen over traditie, uniciteit of typiciteit op de zovele rugetiketten die je al las. Denk aan die jaren van onwetendheid dat je dacht iets geweldig gekocht te hebben voor € 11: Cheval Noir of nee, was het nu Cheval Blanc? Het is zelfs zo erg, dat ik op proeverijen merk dat sommige proevers, die al heel wat 'grote namen' achter de kiezen hebben, een compleet misvormd smaakprofiel huldigen: een wijn met fijn, rijp fruit, een wijn met mineraliteit, een wijn met mooie verweven tannines, een wijn met pittige frisse zuren, ... allemaal voorbeelden van slechte wijn, volgens die 'kenners' dan toch. Een eerste keer wist ik niet wat me overkwam. Nu weet ik wel beter: sommigen onder hen haal ik terug over de streep, anderen zijn al hopeloos ver heen, ingekapseld in een cocon van soms zelfs compleet onbewuste zelfgenoegzaamheid. Jammer dat mensen onder andere door het etiketten proeven uiteindelijk van slechte, onevenwichtige wijn zijn gaan houden. Ondertussen zijn er heel wat wijnbouwers die zich terdege bewust zijn van de persuasieve en naturaliserende macht van een wijnetiket. Er wordt ook degelijk in geïnvesteerd door zowat elke wijnboer. De basisprijs van een wijnetiket bedraagt al gauw tussen de € 0,30 en € 0,50 en dan heb je nog niets opvallends. Dat hoeft ook niet altijd. Loop eens langs een warenhuisrek: hoeveel etiketten tel je niet waarop een altijd even bruinige nepgravure van het één of andere château staat afgebeeld. Saai, maar wel herkenbaar. En daar draait het net om. Nieuwe-Wereldwijnen kunnen met zo'n kasteelplaatje evenwel weinig aan. Het zou immers allerminst overtuigend overkomen. Een Empire-kasteeltje in de Australische outback, een Romaanse rocca boven een Californische babes beach of een classicistisch paleis in de Andes? Toch maar niet. Dan moet het etiket maar opvallen met een staaltje excentriek design. Denk bijvoorbeeld aan de etiketten van Leeuwin Estate, Philip Jordaan of zelfs Mouton-Rothschild. Met die laatste is de cirkel ook rond, want plots hebben Europese wijnboeren ook de waarde van een vintage designetiket in de mot. Je vindt ze hier dus ook. Soms heel geslaagd, maar meestal is het ene al wansmakelijker dan het andere. Toch is er ook voor die laatsten hoop, want zelfs een mottig etiket gaat dikwijls niet onopgemerkt voorbij ... .
3. Gesluierde etiketten en terroristenwijn. Een cool etiketdesign is ondertussen bijna een must have, blijkbaar. Maar, wat telt er nog zoal op een etiket? Druivenrassen, liefst in joekels van letters centraal in het blikveld. Of vermeldingen als 'Premier Cru', 'Tradition', 'Barrel Select', 'Old Vines', enz. Allemaal promo-tricks. En dan hebben we het nog niet over appellatienamen, die dikwijls inderdaad ook meer weg hebben van marketingfoefjes dan van echte originebenamingen die een kwaliteit verzekeren. Herkenbaarheid, daar staan ze voor, maar daar blijft het ook bij. Gelukkig zijn er in de hedendaagse marketingzee wel enkele haaien, die zich niet te vies voelen om eens lekker te spelen met de verwachtingshorizon en de bevestigingsdrang van de moderne consument. Non-conformisten zoals Charles Beck van Fairview met zijn Goats Do Roam of Goat Rotie - niet meteen subtiele hints, maar wel een duidelijke vingerwijzing aan het adres van appellatiekikkers - of vitizen of the world, Randall Grahm, de bezieler van Bonny Doon Vineyards, met zijn al even idiosyncratische interpretaties van wet en gebod in de wijde wijnwereld (bv. Le Cigare Volant, La Donna Cannone, Pinot Transfusion, enz.), waren samen met zovele andere voorgangers en mededingers diegenen die het pad effenden voor de (r)evolutionairen in de wijnwereld. Zij hadden immers meer te vertellen dan alleen maar achter een etiket had moeten schuilgaan of wilden allerminst gereduceerd worden tot het geconsolideerde beeld dat rond elke appellatie en dus dikwiijls ook rond het etiket opgehangen wordt. Zij formuleerden hun lak aan het wine establishment, het etikettensnobisme en het eenzijdige marketingfascisme door een stevige portie speelse ironie of bijtend sarcasme op rug- en buiketiket. Wat eerst met hoongelach en pompeus opgetrokken poederneuzen onthaald werd, is momenteel zowat de cultkern van een aanstekelijke (r)evolutie in de wijnwereld geworden. Niettemin geven Randall Grahm en Charles Beck geen krimp: zij blijven gewoon verderwerken als voordien en laten zich niet in de eerstvolgende nepotistische troon duwen van tot herhalens toe bewierookte, maar daarom net netjes genaturaliseerde nieuwe goden. Misschien is het met die voorgeschiedenis niet helemaal verwonderlijk dat vooral biodynamische en natuurlijke wijnbouwers hier op de kar sprongen. Zij l aten, net als in het wijnmaken, ook hier hun creativiteit de vrije loop. Plotseling mag er wat intellectueels op het etiket; dat kan zonder schaamte: "wie er niet van weten wil, moet onze wijn niet kopen", is de leuze. Iets minder geruststellends en zelfs pure parodie of satire zijn voor hen ook al geen taboe meer. Denk maar aan de cuvées van Cyril Alonso van Domaine de l'Ancestra. Leutige cuvéenamen zoalls die van de Swimming Poule of de Porc Tout Gai zijn minstens gewoon grappige woordspelingen, maar zijn Château Gonflable Grand Q Glacé is bv. een maar al te duidelijke verwijzing naar de gebakken lucht die zo dikwijls verkocht wordt rond de châteauwijn van deze of gene grand cru classé. Als er al een reëel château bestaat, want ook dat wil men ons in veel gevallen wel eens graag doen geloven: een gammele barak op het domein is al genoeg om een châteaunaam op het etiket te kunnen adopteren. Daar is zelfs geen springkasteel voor nodig. Om in dit geval ook nog maar over de Shakespeariaanse zinspeling op cru/cue te zwijgen ... . Zelfs van heerlijk politiek incorrecte cuvéenamen zoals Vin Voilé pour Terroiristes schrikt Reinaert Cyril Alonso niet terug. Gelukkig maar. Hij en heel wat andere wijnbouwers als Thierry Renard (Renard des Côtes) of Alice Bouvot en Charles Dagand (Domaine de l'Octavin - vroeger Opus Vinum, maar dat mocht niet van de etikettenkapo's van Opus One) gebruiken het medium van het etiket terug om verwondering en verwachting op te wekken bij de consument. Een effect dat ondertussen ver heen was met de uitgeholde appellatie/druivenras/tradition-patati-patata-etiketten die de wijde wijnwereld bevolken. Zulke nieuwe etiketten trekken niet alleen je aandacht en affirmeren het eigenzinnige karakter van de wijnen, maar ze doen ons vooral één ding terug beseffen: dat wat er ook op het etiket staat, uiteindelijk datgene wat in de fles zit het laatste woord moet hebben ... .
LAST_UPDATED2
zaterdag, 06 december 2008 07:32
Amaronese
Artikels
"Hohoho!" Ik schrik me rot. Het is weer de zoveelste Santa Claus die me op straat bijna een hartinfarct bezorgd met z'n belachelijk goedlachse gehonk. Net een debiele ijslandvaarder met een stuk in zijn kraag, denk ik bij mezelf. Want ja, aan de walm die me op dat gehohoho tegemoet kwam gedreven was duidelijk te merken dat je het niet met een fake sinterklaas pur sang te doen had: hij had geen meiter op z'n kop, maar had er vast een stuk of drie in zijn kraag. "Zo vroeg al", denk ik. Ik heb deze morgen bij het nemen van de trein nog maar net Sinterklaas en een reeksje Zwarte Pieten met enthousiast gejuich en gegil zien onthaald worden door een bende kleutertjes van een schooltje wat verderop. Heeft die onnozele baardmans van de Noordpool ondertussen ook genoeg lage-lonertjes in dienst, dat hij hier meteen maar wat vroeger de geflipte kwast kan komen uithangen bij gebrek aan nuttiger tijdsverdrijf? Grrrr, laat dat nu meteen ook datgene zijn waaraan ik me elk jaar opnieuw weer dooderger tijdens de kerstperiode: ze kan niet vroeg genoeg beginnen, ze kan niet exorbitant genoeg van elke etalage afdruipen en ze moet liefst zoveel mogelijk dollartekens in de ogen van het management van hier of daar tevoorschijn toveren. God mens, het is weer Kerstmis! Wéér Kerstmis? 1. Piper, Perrier, besabbelde wangen en blingbling-belletjes.  Erg dat je het zo moet stellen: wéér Kerstmis, wéér Nieuwjaar. Maar het zegt wel veel over de manier waarop we er hier mee omgaan. ’t Is misschien vooral dat obligate gedoe dat me zo tegensteekt. Langs alle kanten wordt je vanalles opgedrongen “ omdat het zo hoort”. Dat moet je hebben, dit moet je hebben, dat hoort er ook bij, dat moet zo, heb je daar al aan gedacht, en, o nee, ik moet voor die en die ook nog wat kopen, want anders ... . Tijdens het opvoeren van al die verplichte nummertjes durven we wel eens vergeten waar al die feestelijkheid om gaat. Gelovig of niet, het komt er gewoon op neer dat van elkaars gezelschap geniet in de koudste en donkerste maanden van het jaar, dat je terug wat energie, licht of noem het hoop put uit het feit dat je niet alleen op de wereld moet leven, dat er anderen zijn voor jou en jij er bent voor anderen, toch? Veel praten, samen goed eten, een goed glas drinken, mekaar eens verrassen met iets leuks, ... het heeft eigenlijk nog maar weinig te maken met de half absurde en eigenlijk zelfs ronduit walgelijke koopkermis die ervan gemaakt wordt. Dat je eens wat speciaals op tafel zet ... natuurlijk, dat hoort erbij: het zet de stemming, het betekent een royaal welkom voor je gasten en je kan er deze keer eens echt ongebreideld, zonder wroeging van genieten. Het mag, het moet niet, hoor. Nu ja, voor ik voor een zagerige ouwe knar versleten wordt: in feite valt die kerstgezelligheid nog best mee. Ik geniet er zelfs van. De koopjesgekte hoef je er immers niet bij te nemen. 't Is zelfs een rustpunt voor de nieuwjaarsdagen die ik elk jaar toch met afgrijzen zie naderen: overal obligaat slappe, sponsachtige handjes gaan schudden, roze, besabbelde wangen afkussen, zeveren over hoe geweldig het afgelopen jaar wel niet was en dan vooral die liters, dikwijls ondrinkbaar slechte Champagne die je overal plichtmatig mag gaan opzwabberen ... je zou voor minder. Liters slechte Champagne, of gewoon zelfs liters goede Champagne, het wordt uiteindelijk allemaal teveel en het mag ook best wel eens wat anders zijn. Er zijn zoveel alternatieven, maar nee, we grijpen toch steeds weer naar die bekende fles Piper-Heidsieck, Laurent-Perrier, Charles-Lafitte, enz. Bij elk aperitief, bij elke nieuwjaarswens hoort een glas bruisend goud. Bruisend goud, waar liefst opzichtig duidelijk Champagne op vermeld staat, want met minder willen we het niet doen. Dat heeft de Champagne-markt ook mogen voelen de afgelopen twee jaar. Geen schijntje crisis, geen spoortje van verkoopsstress … integendeel: de champagnemarkt groeide het vorige jaar zelfs met een dikke 4,5%! Champagneboeren smeken voor een uitbreiding van het AOC-grondgebied. Champagne is big business. Alleen al het feit dat een Champagnewijngaard behoort tot zowat de duurste wijngaarden ter wereld met zijn € 734.000 per ha. spreekt boekdelen. Logisch dus dat de prijzen omhoog sprinten. 2. Monsters en de kelders van die enkele grote managers.
We tasten dikwijls te diep in de beurs voor weinig fatsoenlijke Champagne en dat zal er dus niet beter op worden. Misschien is het dan ook echt eens tijd op zoek te gaan naar wat anders. Alternatieven zat: blijf je graag in de stijl van Champagne, dan dienen de Crémant de Bourgogne en de Crémant du Jura zich aan. Voornamelijk Chardonnay in beide gevallen, dus voor velen gelijkend op Blanc de Blancs Champagne. Dichterbij komen bv. de Italiaanse Franciacorta's en de vele Nieuwe-Wereld-sc  huimwijnen die net dezelfde druivenrassen (doch zelden Pinot Meunier) op dezelfde manier vinifiëren. Mooie voorbeelden aan een schappelijke prijs zijn alleszins de Tasmaanse Kreglinger Vintage Brut of de Pierre Jourdan Vonkelwijnen uit Zuid-Afrika. Verlaten we de begane paden liever helemaal, dan moeten we nog niet meteen richting Riesling Sekt, Clairette de Die, Crémant d'Alsace (dikwijls waanzinnig slecht) en dergelijke grijpen. Er zijn wel wat alternatieven die iets bekender in de oren klinken: zeker Prosecco, maar eerst en vooral de Spaanse Cava. Die is vandaag aan een stevige opmars bezig. Vroeger enkel bekend als een verfrissende sparkler bij smakelijke tapas bijna overal in Spanje, is Cava nu genaturaliseerd tot een gastronomische schuimwijn die overal mee aan tafel mag. Niet alleen de Aziatische keuken en de fusion-trend zijn daar een reden voor, maar ook de tegemoetkoming van de Spaanse producent aan de internationale smaakeisen. Jammer genoeg heeft dat ook zo zijn gevolgen voor de eigenheid van Cava. In het afgelopen jaar proefde ik heel wat Cava's die niets meer te maken hadden met de tintelende friszure, opwekkende drank die we bv. in Carthagena nog wel in de tapasbars aantroffen: plat, weliswaar met een veel rijpere kleur, maar bijna brutaal fruitig en met een stevige dosis restzoet. Geen doordrinker wat mij betrof. Aan de andere zijde van het spectrum stonden de echte critic's monsters: volrijpe, Chardonnay-gedomineerde, ovenewichtige krachtpatsers, die overduidelijk Champagne nabootsen en daarom als dusdanig zelfs niet meer thuis te brengen zijn als Cava. Maar, laten we ook eens een blik werpen op Prosecco. Het is samen met Lambrusco misschien wel de meest verguisde wijn van Italië en dat is dikwijls niet onterecht: te zoete, fletse wijntjes waren die Prosecco's in de meeste gevallen. Ook wij hadden er een niet al te hoge pet van op een vijftiental jaren terug. Tot we een hotel ontdekten waar zowat elk jaar il gran manager (de man heeft intussen een imperium van 3 hotels, 2 toprestaurants en 4 luxe-service-appartementen uitgebouwd) een avond tijdens ons verblijf even een babbeltje kwam slaan en ons altijd tracteerde op een fles Prosecco. Tja, de eerste keer nipten we gewoon beleefd en toch, die Prosecco ging echt goed binnen, was zelfs ongemeen lekker. Curieus. Nieuwsgierig vroegen wij de volgende dag ook zo'n fles: probleem, die stond niet op de kaart, ze behoorde tot het stukje kelder van de baas ... . Ik weet nog steeds niet welke Prosecco dat was (ik kom er wel achter de volgende keer), maar ik herinner me goed dat elke keer we in dat hotel verbleven weer uitkeken naar het babbeltje met Signore Leardini, al was het maar voor die Prosecco. Ondertussen waren we dus ook overtuigd van het feit dat er wel degelijk goede Prosecco bestond. Dus gingen wij er ook naar op zoek. Man, man, wat een lijdensweg was me dat ... . Niet nodig te zeggen dat we het na liters kale miserie maar liever opgaven, zeker? 3. Antonio Carpenè two a limited.
Prosecco wordt in feite nog maar een goede 140 jaar gemaakt zoals we hem nu kennen. In feite hebben we dat te danken aan Antonio Carpenè, een chemicus, bevriend met de toenmalige cool guy Louis Pasteur en een halve Champagnefreak. Hij introduceerde de Méthode Champenoise in de Veneto, meerbepaald in de Conegliano-Valdobiadennestreek waar het druivenras Prosecco voornamelijk verbouwd werd ( Prosecco is dus geen naam voor een schuimwijn, wel voor een druivenras!). Traditioneel maakte men daar al een licht parelende wijn omdat Prosecco een laatrijpende druif is, die haar vergisting nooit volledig kon afronden voor de koude wintermaanden. De wijnen werden evenwel toch, zelfs met wat gistrest gebotteld, met als gevolg dat er tijdens de warmere maanden weer een beetje gisting op gang kwam en dus de wijn licht effervescent was (en er af en toe ook wel eens wat flessen uiteenknalden). Dikwijls stierven de gisten ook af door de koude, waardoor de resulterende wijn zoet was. Carpenè zorgde ervoor dat het proces meer gecontroleerd kon worden, door de wijn zo lang mogelijk te laten doorgisten, later op fles te trekken met toevoeging van een mengsel van gist en suikers en deze flessen daarna te remueren: langzaamaan omdraaien, zodat de gistresten van de tweede gisting in de hals van de fles zakken en daarna door middel van de dégorgement kunnen verwijderd worden. Later stapte men echter meer over op de Méthode Charmat, waarbij de tweede vergisting volledig gebeurde in grote druktanks - hetgeen qua controleerbaarheid en productie-effciëntie nog wat handiger was. Er werd ook kwistig gebruik gemaakt van de tweede dosage: een mengsel van suikers en doorgestookte perswijn dat toegevoegd werd om de afgewerkte Prosecco zoeter en alcoholrijker te maken. Net zoals in de Champagne een boosdoener die gemakkelijk kan gebruikt worden om gebreken en onrijpheid te maskeren. Neem daar dan de massaproductiespirit die mogelijk werd met de Charmat-methode bij en je begrijpt hoe Prosecco de twijfelachtige status verwierf die hij nu nog steeds heeft. Er worden evenwel nog altijd Prosecco's gemaakt volgens de Metodo Classico, de champagnemethode. De achterkleinzoon in de zoveelste graad van Antonio Carpenè, Antinio Carpenè Jr. richtte zelfs een consortium op voor op die manier producerende wijnmakers en bedong dat op die manier gemaakte Prosecco - en andere Italiaanse schuimwijnen - voortaan Talento moet genoemd worden (naar de topwijn van Antonio Sr.). Een betere kwaliteit houdt dat evenwel niet in: met de classico-methode kan je immers evenveel knoeien als met de Charmat-methode. 4. La Hilton's snoop dog back to the roots. Gelukkig heb ik Prosecco nooit opgegeven: tegen beter weten in blijven proeven, ondanks de hopen teleurstellingen. De laatste jaren lijkt er echter  wat verandering aan te komen. We dronken steeds meer correcte - nog lang niet geweldige - Prosecco's. Geurige, bloemige wijnen met een persistente maar zeer fijne mousse. Lekker droog, maar toch met die typische zachtheid in de mond. Niet mis. Tot ik leerde kennis maken met de Prosecco's van Bortolomiol door toedoen van een fantastische restaurantuitbater, filosoof van het goede leven en Italiaanse Hasselaar bij uitstek. Strak, gortdroog, vinnige zuren, veel richting, maar aromatisch rijk en toch verfijnd, met die typische bittertoets die van een goede Prosecco een ideale aperitiefdrank maakt. Prachtige wijnen, zeker de nog geen € 20 kostende wijnen uit de toplijn. Wat miniem restzoet ja, maar perfect in evenwicht. Grote wijnen, zeker de Banda Rossa en de Cartizze- Prosecco: afkomstig van een stukje cru-gebied in Valdobiaddene ( Valdobiaddene ligt op de heuvels en produceert meer mineralige wijnen met citrusaroma's, terwijl het vlakke Conegliano eerder zachte wijnen met perzikaroma's voortbrengt). Ik was meteen overtuigd. Zover moet je zelfs niet gaan. Heel gewone, maar echt goed gemaakte Prosecco's zijn die van Zardetto, met de bubbelduivel ' Bubbly' (op z'n Italiaans 'B oeblie') op het etiket. Zij bieden een mooi gamma instapwijnen aan. Allemaal correct evenwicht gevinifieerd in de verschillende stijlen. Want ja, Prosseco is en blijft nog steeds voor heel wat mensen een schuimwijn die zoet moet zijn. De range aan restsuikerstijlen moet dan ook correct vermeld worden op het etiket: - Extra Brut - tussen 0 en 6 gram per liter
- Brut - minder dan 15 gram per liter
- Extra Dry - tussen 12 en 20 gram per liter
- Dry - tussen 17 en 35 gram per liter
- Abboccato - tussen 33 en 50 gram per liter
- Dolce - meer dan 50 gram per liter
Alhoewel een Extra Dry of een Dry wel eens lekker kunnen zijn bij een fijn fruitdessert verkies ik toch eerder de droge stijlen. Hier wordt het dorstlessende aperitiefkarakter en het fijne aroma van de druif ten volle tot expressie gebracht. Wijnen die, als ze goed gemaakt zijn, geen moment teleurstellen en waarvan de fles veel sneller leeg is dan je ooit maar zou durven vermoeden. Het vooroordeel dat elke Prosecco saai zou zijn, is daarmee al meteen gecounterd. Je hoeft daar zelfs niet Paris Hilton's chihuahua voor te zijn om er toch wat schwung uit te halen. Toegegeven, je moet zoeken om de fakes, de remakes en de A-cupcakes à la RICH te omzeilen, maar eens op weg blijf je ongemeen interessante exemplaren tegenkomen. Neem nu mijn laatste ontdekking, bijvoorbeeld, de Prosecco van Loris Follador: terug Prosseco zoals men die voor Carpenè maakte, back to the roots, back to terroir, zelfs bij Prosecco. Als dat niet hip is! Dit artikel kwam tot stand in het kader van de zesde editie van de 'Vlaamse Wijnblogdagen'. Meer alternatieven voor Champagne vind je op de volgende deelnemende wijnblogs:
Bubbels of toch Champagne anders door pvo op Wijnblog.be Wijngerd over de marginalen in het hart van Champagne - Wijnmens - Disasterofwine over kleine maar dikwijls grootse alternatieven op Ikwilwijn.be met als toemaatje een alternatief van eigen bodem Wijnkennis kiest alternatieven met voorkennis Geen alternatief volgens Rick op Château sans Pretention Foodfan over een overzees andere keuze op Culinair Atelier Wat schitterend anders uit de Loire door Vinama En weer eens een prachtig staaltje wijnproza van de pen van Gido Van Imschoot op Winetasting.be
LAST_UPDATED2
|
|