Je hebt zo van die flessen waar je met veel verlangen naar uitkijkt, die je vastneemt en dan weer hoofdschuddend teruglegt op hun plaatsje in de kelder, tot plots de dag aanbreekt dat ze kunnen en mogen gedronken worden. De dag op voorhand wordt ze voorzichtig rechtgezet in de kelder, 's morgens wordt ze met het nodige tromgeroffel bovengehaald om te chambreren en 's avonds gaat eindelijk die kurk eruit ... . Als hij eruit wil tenminste ... . Het wordt trekken en sleuren, puffen van de tot het uiterste gecontroleerde krachtinspanning (de hals moest eens breken, stel je voor!), er wordt gevloekt en dan ineens, ... plop! Komt er toch wel maar de helft uit zeker! Grrrrr, om van te janken! Het gebeurt iedereen wel eens. De truc is te geloven dat de aanhouder wint, de kalmte te bewaren en voorzichtig opnieuw te proberen. Wij kennen dat maar al te goed. U ook ... of U nu enkele honderden flessen voorraad in de kelder hebt of niet. U hebt het zeker gezien. En wij - tot ons afgrijsen ook: een met teveel tromgeroffel aangekondigde swap van server, een betere synchronisering van de website en een nieuwe url. Alles zag er prachtig uit ... tot de eerste post tenminste. U merkte er - buiten de wekenlange radiostilte - niets van, maar wij des te meer. Zoeken, testen, proberen, niets hielp. Zelfs een complete herinstallatie hielp geen sikkepit. Integendeel: de boel crachte helemaal. Om wanhopig van te worden. Edoch, dat was buiten onze geweldige admin gerekend. Als een echte bilame (zo'n kurkentrekker met twee lamelletjes - heel handig bij oude kurken) beet hij zich vast in het probleem en, ja, zoals U kan zien: hij heeft het weer eens gefikst. De siteproblemen zijn nu dus eindelijk definitief opgelost! U kan er weer zorgeloos op los surfen.
Wij, arme wijnbloggers, behoren nog wel eens tot de gedepriveerden van het zo stereotype, maar toch ook wel mooie relatiegeschenk: een lekkere fles wijn. Zelden of nooit krijgen we eens een fles! Niet omdat mensen ons niet graag zien - dat hopen we toch - maar gewoon omdat kennissen of familie het niet aandurven je een fles cadeau te doen. Pijnlijk is dat. Niets zo erg als je flessen altijd maar zelf te moeten kopen. Schrijnend zelfs. Om van te huilen. En toch, u kent ons al langer dan vandaag: wij krijgen nooit eens een fles? Wel, dan geven we mekaar eens een fles!
1. Schielijk gedepriveerd, maar bewaard in innige herinnering. Eens een goede fles krijgen van iemand, wie wil dat niet graag? Zelfs wij krijgen nog wel eens graag een flesje, tot grote wanhoop van familieleden en vrienden, want die denken al meteen: "O nee, daar een fles aan geven? Die vindt ie toch nooit goed. Want, nee, ik ken er niks van hoor ... ." Je kent dat wel. Als wijnliefhebber heb je het vast en zeker ook wel al gehoord. Spijtig toch, want als er nu iets is wat ik steeds op prijs blijf stellen, dan is het wel een onbekende fles of een fles met een verhaal aan, of, gewoon, een fles die met plezier gegeven is. Een fles wijn is immers zo'n geschenk dat zelfs wanneer het gegeven is en uit het cadeaupapier gehaald is nog steeds een geschenk blijft. Het is immers zo'n cadeau dat je je niet onmiddellijk kan toeëigenen, dat niet meteen een stuk van jezelf wordt en dus eigenlijk dat bijzondere iets blijft dat je van die ene persoon kreeg. Welke wijnliefhebber heeft immers niet ergens in een hoek van de kamer een paar bestofte, lege flessen staan die hem voor een uur of twee aan het vertellen kunnen doen slaan. Soms zijn het alleen maar prijsbeesten, lege relieken van 'grote', peperdure crus die veelzeggend staan te pronken op een kast, liefst in volle licht. Daarmee kom je doorgaans niet veel verder dan ooh's en aah's, wat gewierook en gejubel. Van echte verhalen komt het zelden. Bij een ander soort wijnliefhebbers vind je daarentegen zowel 'grote' als 'kleine' wijnen ergens bijeengezet, niet te opvallend, als een reliekschrijntje dat niet teveel zonlicht verdraagt. Daar gaat het meestal om wat anders. Geen pocherige pronketalage, maar wel een paar bladzijden van het (wijn)leven van de wijngek die ze verzamelde. "Dat was die ene fles van oom x, die we met tante y en groottante z opdronken. Man, wat een fles ... en ervan genoten dat we hebben. Spijtig dat het zo snel voorbij was." Voorbij, maar toch nog steeds in de herinnering. Zelfs die persoon waarvan je ze kreeg, blijft aanwezig in je herinnering, al was het maar om het verhaal dat hij je vertelde bij die ene fles. Laat dat nu net het mooie zijn van gekregen flessen: dikwijls zijn het flessen met een verhaal, flessen die je doen terugdenken aan een geweldig moment of flessen die in zich de herinnering dragen aan een bepaalde persoon die ooit wat betekend heeft in je leven. Ik heb er zelf nog wel zo'n reeksje liggen: flessen die ik graag zou ontkurken, maar toch nog maar even laat liggen, wachtend op een bijzonder moment, flessen die er ondertussen al aan hebben moeten geloven, maar toch niet weg mogen of zelfs flessen waarvan je weet dat je ze nooit zal opendoen omdat de inhoud al passé is en toch houd je ze bij. Van die laatste heb ik er zo'n paar: flessen met een obscuur, aangevreten etiket, vast en zeker ondrinkbaar geworden. Ik koester ze echter, want ze doen me denken aan de naar zaagsel en aardappelen geurende kelder waarin mijn grootvaders werkbank stond en zijn wijnvoorraad stilletjes lag te rijpen.
2. Shockerende dorstlesser. Wat voor fles geef je nu aan een collega-blogger, je weet wel: zo'n lastige mens die veel van wijn kent. Wel, ik moest er niet lang over nadenken. Vinama vergast ons al een goede twee jaar of zo op een eindeloos interessante stroom aan proefervaringen. Zowat alles lijkt zijn tong te passeren: van Bordeaux over oude Madeira tot - o ja - de allerlekkerste wijn van het westelijk halfrond: Savennières. Toen ik zijn blog nog eens doorscrolde viel me evenwel op dat er eigenlijk niet zoveel over Italiaanse wijnen gesproken wordt, en al helemaal niet over witte Italiaanse wijnen. Toen ik hem de fles overhandigde zij hij het nog eens: "Een witte Italiaan?! Daar ben ik benieuwd naar, want meestal is dat niet veel soeps." Gelijk heeft hij natuurlijk, maar toch maar voor een klein beetje. Toen ik besloot hem een witte Italiaan cadeau te doen liep het water me al meteen in de mond bij het denken aan de zalige Sauvignons uit de Friuli, pittige Ribolla uit de Colio, noterige oude Falaghina uit Campania, barokke Verdicchio Riserva's, weelderige Soaves of kraakheldere Gewürztraminers uit Trentino. Italiaanse witte wijn blijft nog steeds een goed bewaard geheim. Dus, witte Italianen weinig soeps? Voor mij althans niet. Deze fles zou hem wel op andere gedachten brengen: een Bianco Trebez 2004 van Dario Princic, compaan en kameraad van Stanko Radikon en Josko Gravner, de 'amfora-guys'. Princic maakt zijn wijnen op dezelfde manier, zonder al teveel gepruts en geprul, met veel omzichtigheid en veel liefde. De Bianoc Trebez is een blend van Chardonnay, Pinot Grigio en Sauvignon Blanc, met een maceratie van maar liefst 6 weken en een langzame rijping op grote Sloveense eiken foeders. Het resultaat is - toch als je een goede fles hebt, een beetje het nadeel van dit soort wijnen - een shockerende, rijke wijn met duizelingwekkende diepgang en tegelijkertijd toch ook een souplesse die hem doet wegdrinken als een uitstekende dorstlesser. Geen allemansvriend en best wispelturig, dat wel, maar dat mag wel voor een jonge wijn van dit caliber. Ik karafeer hem eerst, want anders laat hij zich absoluut niet kennen en stoort de autolyserest nog een heel klein beetje. Ikzelf was meteen verkocht, wat Vinama ervan vond lees je hier.
3. Bittersweet almonds. Er kwam ook een flesje mijn kant uit. Ik zou er eentje van disasterofwine krijgen. Ha! Een Oostenrijkse rode of een Duitser dacht ik, want dat zijn zijn stokpaardjes. De Pannobile van Heinrich van de Vlaamse Wijnbloggersbijeenkomst staat nog steeds in mijn geheugen gegrift: het soort wijn dat je overdonderend doet beseffen dat je wijncultuur er uitziet als een geurige Emmentaler. Het zou wel weer zoiets worden. Toch niet - enfin, toch een beetje wel -, disaster wist me te verrassen met een Domaine de la Janasse Tradition Côtes du Rhône Blanc 2007. Domaine de la Janasse kenden we wel van naam, maar ik had er zelfs nog nooit een wijn van geproefd. Vreemd eigenlijk, want met zijn meer dan 50 ha. is het niet meteen een domein dat je gemakkelijk over het hoofd ziet. Relatief jong, gestart door Aimé Sabon in 1973 en nu in handen van zijn zoon, Christophe, heeft het ondertussen een stevige reputatie opgebouwd in Châteauneuf du Pape. Vooral de rode cuvées worden dikwijls aangehaald als referentiewijnen voor klassieke Grenache-gedomineerde Chateauneufs. Wat meestal over het hoofd gezien wordt zijn anderzijds de witte wijnen die door Christophe en Aimé gemaakt worden. Hun witte Chateauneuf en Côtes du Rhône zijn evenwel dikwijls voorbeeldige wijnen in hun genre. Witte Rhônewijnen - vooral uit het Zuiden dan - lijken wel dat eeuwige lot beschoren van steeds overschaduwd te worden door hun rode broertjes. Mijn eigen kelder is nu ook niet meteen een toonbeeld op dat vlak: een paar witte Chateauneufs en daarmee zijn we uitgepraat. Ik was dus wel benieuwd naar disasters flesje en moest me zelfs een beetje inhouden om het toch even wat kelderrust te gunnen. Eind deze week kon ik er echter niet meer aan weerstaan en trok het open bij een stoofpotje van pladijs. Wat me meteen opviel was de onctuositeit in het glas: Christophes witte Rhône, gemaakt van 50% Grenache, 15% Clairette, 15% Bourboulenc, 10% Viognier, 10% Roussanne, is niet meteen een dun wijntje, hetgeen verraden wordt door de dikke, olieachtige tranen en later ook in de mond door een - voor een witte wijn althans - bijzonder stevige body met de nodige barokke vetrolletjes. Ook de neus is niet meteen tenger te noemen: tot de nok gevuld met honing, witte bloemen die lekker hebben staan stoven in de zon en - aha erlebnis - een stevig puntje groene amandel samen met de complexe overtonen van zuiderse kruiden. Dat puntje van bittere, groene amandel ... ik krijg er dikwijls niet genoeg van. Het is zoiets wat je ook heel dikwijls in zuiderse Italiaanse wijnen aantreft, hetgeen hen uitermate geschikt maakt als volwassen maaltijdbegeleider. De neus was dus al een schot in de roos. De ampele mondvulling zet stevig aan met veel honing en witte bloemen, hier en daar zelfs een flash van gedroogd steenfruit en ja, onafwendbaar een fikse portie groene amandel op de tong uitwalsend in een haast zoute, dus uitermate mineralige finale. Ik begon al spontaan te knikken bij de eerste slok, hetgeen alle goeds betekent. Een krachtige, zeer moderne en in zijn jeugd al lekker complexe wijn. Parker beweert dat je ze in het eerste jaar moet opdrinken, maar ik zou hem met zijn mooie zuuronderbouw toch nog een jaartje of twee laten liggen of eens stevig karaferen. Merci, disaster! Een ontdekking van formaat.
Dit artikel werd geschreven in kader van de 8ste editie van de Vlaamse Wijnblogdagen. Andere ontdekkingen vind je bij de volgende leden:
Wijngerdverguld met een 'gekregen' fles, jawel! - Wijnmensgefopt met een flesje Blaye - Disasterofwinewaagt enkele danspasjes op Noord-Italiaans ritme, allemaal op Ikwilwijn.bemet als extra van de chef een meer dan adellijke Chinon.
zaterdag, 07 februari 2009 00:00
Amaronese Artikels
Syrah versus Shiraz, Calicab versus Pauillac, Cahors versus Argentijnse Malbec, ... het zijn de typische paartjes die altijd als een optelsommetje afgerammeld worden wanneer er gevraagd wordt de zo gigantische verschillen tussen Nieuwe en Oude Wereld aan te halen. Steeds als antagonismen opgevoerd - de één als voorbeeld zus, de ander als voorbeeld zo - zijn het zo vaak tegengestelden met tussen hen in het grijsgedraaide, uitvlakkend praatje à la "wij doen het anders, maar toch hetzelfde" of netjes andersom: "wij doen hetzelfde, maar toch anders". Natuurlijk, we zijn maar mensen en houden ervan alles mooi in een nauw omlijnd, herkenbaar hokje te doen passen. Handig, comfortabel en vooral geruststellend is dat. Ieder het zijn, maar de één toch wat meer dan de andere, want tegengestelden zijn er nooit zonder een al te manicheïstisch, verholen waardeoordeel ... . Daar houden wij - de angry young tasters van de Orbis - niet van, dus laten we de clichés ditmaal maar voor wat ze zijn.
1. Cabernet Sauvignon!? Wat is dat? Hoe gaat dat wanneer je wijn leert drinken? Eerst drink je graag witte en liefst nog die fruitige witte. Niet die zoete hoor, maar toch die fruitige (die eigenlijk wel wat restzoet heeft, maar dat hoor je niemand zeggen). Die gaat lekker binnen op café en het staat nog sjiek ook. Wat later komen er flessen witte wijn in huis ... . Tof, in de lente 's avonds in de zetel voor de tv met een glaasje wijn. Lekker relaxen ... . Het wordt zomer, je probeert eens een roseetje. Ook niet slecht, dat kan al bij de barbecue zo hier en daar. Plezant! Al wit en rosé in huis. Tja, en dan staat daar ineens de winter voor de deur. In witte wijn heb je zo geen zin meer. Bij al die stevige, hartige vleesgerechten past dat eigenlijk ook niet. Je hebt het geprobeerd, maar ineens gaat die witte wijn die je nog zo goed kent toch echt wel anders smaken. Net als toen met die vinaigrette op het tuinfeestje in juni. Dat leek ook op niks. Ze zeggen dat er eigenlijk róde wijn bij vlees hoort. Maar, pfffffff, dat is zo wrang, niet je ding. Allez, je brengt toch eens een flesje van die Casillero del Diablo of zoiets mee van de Delhaize. Man, man, lekker! Nooit geweten dat rode wijn zo lekker kan zijn. "Koop daar nog maar wat flessen van als je de volgende keer boodschappen doet!" Een weekje later gaat er één van de nieuwe aanwinsten open. Tiens, ook een Casillero, maar die smaakt toch wat anders. Is dat nu wel dezelfde? "Je hebt de verkeerde flessen meegepakt!" Gehaast. Altijd hetzelfde. "En ik dacht nochthans dat het dezelfde fles was." "Mmm, 't is anders wel niet slecht dat hier." "Hé, die fles van vorige week staat hier nog in de glasbak." Eens vergelijken. Knal hetzelfde etiket! "De oplichters ... ." Hé, maar wacht eens, hier staat 'merlot' op en op die andere 'cabernet sauvignon'. Wat is dat? Even googelen ... . Tja, en zo ontdek je dat wijn wel eens van verschillende druivenrassen (NIET soorten - leg ik later wel eens uit) gemaakt wordt. Beetje beschamend als je er nu aan terugdenkt. Maar eigenlijk is dat helemaal niet zo. Bij zo ontzettend veel wijndrinkers gaat het op die manier. En, wat meer is, jij bent tenminste geen 'rode Chardonnay' gaan vragen in de wijnwinkel om de hoek, want dat gebeurt ook wel eens ... . Je kent ze wel ondertussen: Cabernet Sauvignon, Merlot, Carmenère, Shiraz, Malbec, Pinot Noir, en in het wit: Chardonnay, Sauvignon Blanc, Pinot Gris, Pinot Blanc. Dat is al een mooi reeksje. Het gaat als een lopend vuurtje door de familie: jij bent een wijnkenner! Iedereen weet je dat verzot bent op Shiraz. Sappig, zo met zwarte bessen, eucalyptus en vanille. Lekkerrrrrrrrrrrrr! Bij je volgende verjaardag krijg je een fles Côte-Rôtie cadeau van je broer. 't Staat er niet op, maar 't zit er wel in: Syrah of Shiraz (en een beetje andere dinges ook, maar dat is je broer al vergeten). 't Is allemaal hetzelfde, hoor. Een superdure fles ... zoiets zou je nooit voor jezelf kopen. 2 maanden later, op Kerstavond, gaat de kurk er af. Met veel ingehouden verwachting wordt er aan de glazen geroken en voorzichtig geproefd. Wat is dat nu? Is er iets met die fles? Dat smaakt zo anders en, oempf, wat een tannines man. 't Gaat wel bij het hertenkalf met morieljes, maar 't smaakt toch anders. Je kan er niet aan wennen. Na het diner is het gelukkig pakjestijd: goh, een fles Whisky en een fles Cognac van zoon- en dochterlief. Heerlijk! Wat een luxe. Proef je dadelijk van, met een sigaar natuurlijk. 't Is gezellig, 't wordt laat. De volgende morgen ... oeps, die fles staat daar nog. "Die zal wel slecht geworden zijn. Giet die maar weg!" "Allez, zo'n dure fles, zomaar wegkappen zeker. Zijde zot? Ik ga toch nog eens proeven, hoor." Tiens, dat is weer een andere wijn precies. Ook van die zwarte bessen, maar geen eucalyptus of vanille. Zo precies meer, allez, zo'n beetje als die champignons van gisteren en die saus zo ... en een beetje koffie. "Neenee, echt proef maar ... ." En zo ontdek je dat men niet overal dezelfde wijn van de dezelfde druiven maakt!
2. Onbekend. Onbemind? Onbevooroordeeld! Het klinkt echt allemaal zo idioot als je terugblikt op je lange wijnontdekkingsreis in een ver en grijs verleden. Daar is echter helemaal geen schande aan. Hoeveel wijnliefhebbers hebben zo niet hun eerste stappen gezet? Als ik eerlijk ben, dan moet ik erbij vertellen dat het mij niet exact zo verging als ik hierboven beschreef. Ik had het geluk een grootvader en een vader te hebben die erg geïnteresseerd waren in wijn. Hun interesses werden gestuurd door bepaalde keuzes en overtuigingen. Ideeën die soms niets met wijn te maken hadden en die dus de ene wijn deden verkiezen boven de andere - zelfs als hij van krek dezelfde druiven gemaakt was. Dat geluk had ik dus enerzijds, maar anderzijds werd ik me er ook al gauw van bewust dat er een heel verhaal, een heel kader aan ideeën over wat wijn dan wel of niet moest zijn in m'n hoofd zat en me eigenlijk belemmerde bij het vrije kiezen en onbevooroordeeld leren appreciëren van gelijk welke wijn. Zoiets geraak je nooit meer kwijt. Ik besef bijvoorbeeld heel goed dat een Italiaanse of een Duitse wijn toch nog altijd een heel klein streepje voor zal hebben bij mij. Je kan het alleen maar in toom houden door veel te lezen, heel veel te proeven (vooral met de instelling: "dat ken ik niet, dus ik proef het") en vooral nog meer te luisteren en te leren van kameraden, zeer ervaren proevers, sommeliers, ... noem maar op. Dat laatste heb ik dus ontzettend veel gedaan, en ik doe het nog steeds. Waarom? Wel, heel simpel. Eerst begin je te lezen wat het makkelijkst binnen je bereik ligt: kranten, weekendbijlagen, enz. (als student had ik voor die wijnboeken geen geld). Die worden je door veel mensen aangeraden. Bomma en nonkel Frans houden ze zelfs voor je bij. Er straalt een aura van geloofwaardigheid en authenticiteit vanaf. Wat zwart op wit gedrukt staat, geschreven door een 'wijnexpert', is waarheid, zo lijkt het wel. Alhoewel ... , ofschoon ik moet toegeven dat ze me op weg geholpen hebben, het gaat hier toch om een heel beperkte waarheid. Een waarheid gezien door een sleutelgat, het kijkgaatje van de verkoopscijfers. Veel te veel wijnartikelen in kranten en tijdschriften gaan altijd over hetzelfde. Het lijkt wel of sommige wijnjournalisten zichzelf keer op keer heruitvinden en recycleren. Volg je ze twee jaar met de gretigheid waarmee ik het deed, dan geraak je er snel op uitgekeken. Er zijn natuurlijk grote uitzonderingen, maar laat het nu net die uitzonderingen zijn die eigenlijk meer boeken en teksten voor websites schrijven dan krantenartikeltjes, en je weet genoeg. Ik zocht dus naar anders en meer. Zo was er het prille begin van de Orbis: studentenkameraden die elk wel hun eigen voorkeur hadden en mekaar probeerden te overtuigen. Waarschijnlijk is het die passie en de mogelijkheid om van mekaar te leren die de Orbis nog steeds doet bestaan, die misschien zelfs de drijfveer is achter wat de Orbis nu geworden is. Er waren en zijn nog steeds de verschillende Vlaamse Wijnbloggers die elk hun stokpaardje hebben en de wereld daartoe proberen te bekeren. Denk maar aan Vinejo en zijn Bandol, of Rick en zijn Jura-wijnen of Badische Spätburgunders - allemaal wijntypes die ik dankzij hen heb leren appreciëren en waar ik nu zelfs niet meer zonder kan. Of er zijn die enkele passionele wijnfreaks en wijnhandelaars die graag hun kennis en ontdekkingen met anderen delen: de zaakvoerders van De Wijn Kraal, Bert van De Wingerd, Oscar van Credo 1893, Gerd van Vinikus, Jacques van Troca Vins, Filippo van 'A Zamara, Bert de Coster, Dirk Rodriguez, Steve Bette, Sebastian Heiderich, ... ik vergeet er nog zoveel. Zo leerde ik wijn ontdekken. Elke wijn die mijn pad kruiste, zonder uitzondering.
3. Vuurwerk, gist en wilde wijn. En toch betekent dat niet dat je dan ook maar moet gaan denken dat je na zovele jaren alles kent. Integendeel, hoe meer je kent, hoe meer je beseffen moet dat bescheidenheid op zijn plaats is. Steeds duidelijker voel je aan dat je eigenlijk nog zo ontzettend veel te ontdekken hebt, dat er nog zo veel is, waarvan je nog niet het flauwste vermoeden hebt dat het bestaat. Zelfs geen inkling, zoals ze dat in het Engels zeggen. En dan zitten we meteen terug bij het onderwerp van dit artikeltje: zelfde druif, zelfde wijn? Pijnlijk was het, bij een goede wijnvriend op de sofa zitten, een gekarafeerde witte wijn proeven en maar niet kunnen raden wat het is. Zeker als die wijnvriend, in de andere sofa gezeten, meer en meer begint te glunderen omdat je bij elke gok steeds verder wegsukkelt van de waarheid in de fles. Ik mocht zo een paar weken geleden nog eens ervaren dat ik toch eigenlijk nog maar een groentje ben in de wijde wijnwereld. We zaten bij Menelaos in de living. Hij had een aperitiefje klaar voraleer we naar Vineeto trokken. Allez, 't is te zeggen, ik had een flesje Colle Barone van Jan Theys mee: had hij nog niet geproefd. Was jammer genoeg wat mis mee. Tja, dat kan nu eenmaal gebeuren met een biologisch of biodynamisch gemaakte wijn. Gelukkig had hij ook een aperitiefje voorzien. Iets speciaals. Jaja. Er zitten alleen maar 'rare dinges' in Menealos' wijnkast, dus daar keken wij al niet meer van op. Komt ie met een gekarafeerde witte wijn aandragen: "Deze morgen in de karaf gedaan." 't Was ondertussen al middag, ... hm. Met die wetenschap en die goudgele kleur begon ik al te denken aan een Vin Jaune of een Château Chalon of misschien wel een heel jonge Hermitage Blanc of zo. Ik hield mijn wilde associaties maar voor mezelf, want boven Menelaos' neus verscheen een ironische frons, dus wisten we dat we ons aan iets echt curieus konden verwachten. Goudgeel zoals gezegd. Wel een frisgroene tot bronsgroene reflectie, zoals je bij Franciacorta-Chardonnays wel eens aantreft, of bij Elzas-Riesling. Licht olieachtig in het glas, dus ik zat misschien wel in de goede richting ... . Hij was nog een beetje koud in het begin, dus zetten we het glas even neer en babbelden wat bij. Wat later stak ik m'n neus terug in het glas. Wow, wat een aroma: heel mineralig, limoen en exotisch fruit (papaya?), iets gistig. Strak, kristalhelder en puntig die neus. Dan maar eens proeven: heel nerveuze aanzet, vuurwerk van crackling and sizzling acidity (je kan het niet beter omschrijven in het Nederlands: in het Engels zitten de vuurwerkgeluiden erbij) en toch redelijk vet in de mond. Weer een beetje gistig met wat honing en echt verse fruitsla. Natuurlijk een natuurlijke wijn, dat kon ik zo wel raden, maar van welke druif? Natuurlijke Rheingau-Riesling of misschien zelfs uit Baden? Nee, nee, Menelaos zat er al mee te lachen. "Ok, Chenin Blanc dan, een Savennières, nog heel jong", gokte ik opnieuw. Met die tintelende zuren, dat kon toch bijna geen andere druif zijn als Riesling of Chenin Blanc. Ook niet! Chardonnay, dat was het en dan nog wel een Zuid-Afrikaanse Chardonnay gemaakt met 100% wilde gisten, dus niet van die strengetjes gemanipuleerde broodgist (vnl. Saccharomyces cerevisiae) die gewoon aan de most toegevoegd worden om de fermentatie te starten. Nee, deze wijn was vergist met de gemiddeld 8 miljoen gistcelletjes per druifje op een gezonde, niet bespoten druiventros. Gisten als Candida, Kloeckera, Pichia of Torulopsis, die allemaal een beetje anders werken dan de cultuurbroertjes van Saccharomyces die eigenlijk ook wel in het wild voorkomt op druiven. Het is een risico, zo met wilde gisten werken, zeker in Zuid-Afrika, waar sfeerverpesters als Brettanomyces niet van de lucht zijn (die geeft zo een dompige, stoffige stalgeur in veelvoud als er teveel van is). Maar, als het lukt en als je het kan, dan maak je er nog complexere wijn mee. Dat had ik wel al gemerkt: het was niet de eerste wijn gemaakt met wilde gisten die ik proefde. Je maakt er zelfs een beetje 'wilde' wijn mee, want dat was deze Chardonnay wel: hij liep niet meteen in het gareel van de Chardonnay in alle vormen en maten die ik zo goed dacht te kennen. Dit leek zelfs niet op Chardonnay, tot ik wist dat het Chardonnay was: een aha-Erlebnis, want er was genoeg van dat vettige, ronde, de typische citrustoetsen en zelfs een beetje Kaapse appel. Ik was er even niet goed van. Zelfde druif, zelfde wijn? Niet echt, nee, helemaal niet zelfs. Had Menelaos het niet gezegd, ik had hem nooit juist kunnen thuisbrengen. Ik voelde me weer een luis in de pels van de wijde wijnwereld en kon, voor de rest van het aperitief, net zoals Hamlet naar zijn schedel zat te staren, maar wat voor me uit zitten mijmeren terwijl ik diep in dat glas wild vergist sap bleef turen.
Dit artikel kwam tot stand in het kader van de zevende editie van de 'Vlaamse Wijnblogdagen'. Meer van dezelfde druiven, maar toch andere wijnen vind je op de volgende deelnemende wijnblogs:
Een mini-Judgement of Paris, maar dan met een schalkse twist doorpvo op Wijnblog.be
Wijngerdover Pinot Noir en zijn nostalgische mutant -Wijnmensover een supercombo maal twee: Alain Paret x Viognier - Disasterofwineover peperbolletjes en sigarenvaten opIkwilwijn.bemet een extraatje over la cause de différance
Wijnkennisbekijkt les Chardonnays door een oenologische bril
Nog even wachten op Rick van Château sans Pretention
De WvdW'tjes volgen elkaar op in ijltempo. Wat proefnota's ertussen, ja, maar daar was het ook ver mee gezegd. Meer dan een week met een halve longontsteking, snot als Cross & Blackwell Picalilly en een luchtpijp die rammelt als een verkalkt koffieapparaat is nu niet echt bevordelijk voor het wijnproeven: ik kon nog net toetsen van cacao en een duidelijke hint van sinaasappelschil thuisbrengen in die gruwelijk zoete longbalsem, maar voor de rest rook ik nog zelfs de kattenbak niet als ik er met m'n neus ging inhangen. Ik had nochthans alle voorzorgsmaatregelen genomen toen ik het slijmvormig onheil voelde naderen. Vitaminen van hier, ginseng van daar, pompelmoesje a day, keeps the doctor away, warme choco met rhum, cachaca, nee, zelfs een Bandol wilde niet helpen. Jammer genoeg de enige, maar toch wel echt de beste wijn van de week.
1. Wijnbloggerswijn: scheten, nijlpaarden en afgeronde glooiingen. Bloggerswijn is het zo ongeveer geworden, die Bandol, en wel zeker die van Domaine La Suffrène. Een Bandolletje dat je voor een belachelijk lage prijs uit het rek kan grissen in Carrefour/GB jaar in jaar uit, rosé en rood. Echt waar, bloggerswijn, die Bandol en daar zit de oudste Belg onder de bloggers zeker voor niets tussen, toch ? Laten we het maar meteen toegeven: een beetje wel. Ik weet nog goed hoe ik als student mijn eerste flesje Bandol van het schap plukte. Ik vond het zo'n rare naam: 'Bandol', zo gebald en afgemeten, maar hij stond er wel die naam. Aangetrokken door die gekke naam en door een hoedje met twee Hachette-sterretjes, kocht ik mijn eerste flesjes Bandol in de Match. "Godsamme, in de Match nog wel", hoor ik u denken. Ja, in de Match en wel puur uit gemakzucht. De Match lag maar op een goede kilometer van mijn kot, dus daar zat ik op een paar minuten te voet van heen en terug. Moest ik niet op de fiets klefferen. Een gehavend stalen ros, dat meer weg had van een vierkant rijdende sapcentrifuge dan van een fiets. Ik reed er eens mee bergaf een bochtje in en voor ik het nog maar goed en wel door had, was mijn zak tomaten al veranderd in instant gazpacho andaluz en hing er een stuk haring te flappen tegen mijn voorste spatbord. Jolig, maar niet echt om over te doen met een paar flesjes wijn in de shoppingtas. De Match was ook niet echt de beste keuze voor wijn, bleek achteraf. Maar ja, zelfs dat kon ik toen nog niet weten. En, het mag gezegd: ere wie ere toekomt, ik heb er toch maar mijn eerste Bandol uit het rek gehaald. Domaine de la Vivonne, een obscure cuvée met de naam Les Puechs uit 2002 waarvan ik nergens wat terugvond op het web. Want ja, dat deed ik wel al. Ik surfte me dikwijls onnozel om wat informatie te vinden over deze of gene wijn. En ja, dan kom je als vanzelf op sommige websites terecht. Typ maar eens 'bandol + wijn + lekker' in je Google-zoekbalkje en er is onmiddellijk één site die bij de eerste drie hits opduikt. Inderdaad: Vinejo's Wijnliefhebbers. Goed, terug naar die 'Les Puechs' van Domaine de la Vivonne. Ik kon er zoals gezegd niets over vinden, of het moest mijn eigen record in Cellartracker zijn. Ik had er zelfs geen flauw idee van wat die 'Puechs' waren. Ridders? Oerbewoners? Struiken, bomen, beesten? Misschien zelfs scheten? Daar rook de wijn in het begin zelfs wat naar, maar ik kon me nauwelijks voorstellen dat geen enkele wijnboer die ze nog allemaal op een rij had, zijn geesteskinderen als intestinale gassen door het leven wilde laten gaan. Dat moest ik dan maar eens even gaan opzoeken. Na een dag of wat grasduinen door de rekken van de taalkundebibliotheek had ik het uiteindelijk gevonden: 'Les Puechs' was Occitaans - een op Frans gelijkende Romaanse taal die men in het Zuiden, vooral in de Provence sprak en nog steeds (een beetje) spreekt - voor 'hellingen, hoogten, afgeronde glooiingen'. Bij die eerste twee kon ik me nog net wat voorstellen, alhoewel dat laatste, zeker in meervoud, de verbeelding dan weer op hol deed slaan. Je moest dat woordje 'Puechs' zelfs met een beetje sappigheid over de tong laten rollen, zoals je op het vruchtvlees van een rijpe kers zuigt. Je spreekt het uit door je vochtige lippen met overtuiging naar voren uit te stulpen, je tong aan beide zijden om te krullen naar je verhemelte en een licht aangeblazen uu-klank als een sensueel zuchtje te laten ontsnappen. Jaja, interessante wijn, die Bandol. Ik had nog nooit zoveel opgezocht over één fles (maar dat was toen ...). Toen ik hem pas in het glas had, die eerste Bandol, dacht ik: "Ja lap, ik heb weer eens teveel geld uitgegeven aan viezige plonk". De wijn stonk. Naar de beesten rook hij, en dan nog niet naar schattige konijntjes of zo. Nee, eerder naar varkens die in de modder hadden liggen rollen of beter zelfs: het nijlpaardenhok in de zoo van Antwerpen. Niet te geloven gewoon: nijlpaarden dat is stalgeur in het kwadraat. Eigenlijk was het wel begrijpelijk dat ik vond dat de wijn stonk: het was de eerste keer dat ik een stalluchtje - animaal in het jargon - of misschien zelfs iets reductiefs rook op een wijn. Als je me nu zo'n wijn voorzet, begin ik al te glunderen nog maar voor ik er een slok van geproefd heb. Zelfs een snuifje Brett mag er van mij best wel op. Teleurgesteld liet ik het eerste glas even staan. Ik moest die sneden pepergebraad nog aanbraden en snel, want mijn ovenaardappelen moesten het oventje uit. 10 minuten later kwam er vanuit mijn kot - koken deden we à l'improviste op de gang - "mmm, lekker wijntje". Cabernette had al aan mijn glas gezeten. Ik: "Hoezo? Dat stinkend sapje?" "Dat stinkt helemaal niet. Ik ruik ons ma hare bramenconfituur en zo precies laurierblaadjes." Ik dacht dat ze me weer voor de gek aan het houden was. "Geef dat glas eens hier!" Tiens, dat was precies een andere wijn dan die van 10 minuten geleden. "Zwart fruit, laurier en hout", schreef ik op, want ik wist dat je zoiets moest opschrijven, anders was je geen 'echte'. Interessante wijn, die Bandol. Beetje raar, beetje beestig, maar daar ging ik nog eens wat van kopen.
2. Zeebonken en bosbessentaart. Wat later begreep ik dat Domaine de la Vivonne echt wel niet de beste Bandol produceert die er op de markt is en dat dat zeker zo gold voor hun supermarktcuvée. Want, hoe erg het ook moge zijn, er zijn niet veel Bandol-producenten die hun met bloed, zweet en tranen verwekte nakomelingen zien belanden in de supermarktrekken. De reden? Sommigen onder hen hebben het echt niet nodig (bv. Pibarnon, Tempier, Gros Noré, et al.): ze zijn al uitverkocht voor de wijn goed en wel op fles getrokken is. Bandols zijn en blijven blijkbaar insiders-wijnen en die insiders doen er dan ook alles voor om elk jaar aan hun x aantal flessen te geraken. Niet onterecht in veel gevallen, zo weet ik nu. Maar die anderen dan? Want, toegegeven, Bandol is nu niet zo groot, maar toch wel groter dan de paar hectaren topwijn. Laten we het gewoon misplaatste trots noemen: "mijn wijn hoort niet in een supermarkt, blablabla, patati-patata". Ok, moest ik een wijnboer zijn, ik zou het ook gruwelijk vinden moesten flessen die door mijn eigen handen gegaan zijn staan platstoven en wegrotten - rechtop nog wel, want echte helden sterven staande - hoog op een rek waar het veel te warm is en waar er veel teveel UV-licht is. Gruwelijk. En toch, ik zou liever wat flessen aan een supermarkt verpatsen dan dat ik er zelf mee blijf zitten, nougabollen bekendheid verwerf en, erger nog, geen rooie daalder in m'n domein kon investeren, want op die manier bouw je ook geen ene meter aan je reputatie. Dat moet ook zowat de redeneerwijze van Cédric Gravier geweest zijn toen hij één van de mooiste domeinen uit Bandol erfde van zijn grootvader. Die verkocht zijn druiven jaar na jaar aan een coöperatieve. Een handelswijze die Cédric nog even verderzette, alhoewel hij van in het begin plannen had om de solotour op te gaan. Vanaf 1996 begon hij stilaan zelf wijn te maken in een eigen, volledig nieuwe kelder en hij verkocht hem deels meteen via Carrefour. 1996 was dus de eerste jaargang gebotteld onder de naam Domaine La Suffrène, zo genoemd naar de vroegere bezitter van een stuk van zijn grond: een scheepsmaat van de Bailli de Suffren, niemand minder dan Pierre André de Suffren de Saint-Tropez. Een driedubbel gescharnierde naam die gelijkstaat aan één van de meest legandarische admiraals van de Franse zeemacht Hij durfde het, als één van de eerste en weinige Franse admiraals, aan de Britse hegemonie op zee uit te dagen en met succes te belagen. De Royal Navy beeft nog steeds als zijn naam wordt vernoemd. De Bailli de Suffren was een koppige, trotse en onvervaarde vechtjas die niets of niemand ontzag en nooit een uitdaging uit de weg ging. Dat past wel een beetje bij het karakter van Bandol ... . Ondertussen ken ik hem al een tijdje: een stuurse, introverte, maar imposante en afgetrainde capitan Alatriste. Een hese vechtjas, die pas na een paar jaren kelder het stof van de kleren schudt, de laarzen uittrapt en de fluwelige gloed van het haardvuur opzoekt. Ik proefde enkele weken geleden nog een 1998 die in alle finesse en bescheidenheid zich liet uitkleden tot op zijn puurste, zachtste fruitglooiingen, met wat mokka, herfstbladeren, ijzerzandsteen en zoete koekkruiden. Niet vergelijkbaar met wat anders; oude Noordelijke Rhône of Gevrey-Chambertin misschien, maar toch, Mourvèdre, de toch wel wat mysterieuze druif aan de basis van Bandol, is gewoon zichzelf. Ik liep er twee weken later nog over te mijmeren, toen ik toevallig nog wat flessen 1999 en 2000 in een vergeten hoekje in de plaatselijke Carrefour aantrof. Te mooi om waar te zijn, was mijn eerste gedacht. En dat was het waarschijnlijk ook: wijnen die zo lang rechtop gestaan hebben in de warmte zijn meestal dood en vergaan. Ik nam er toch twee flesjes van mee, één van elk. Je wist maar nooit. Wat me al opviel was dat er geen stof op de hals en schouders hing en ik kon me niet echt voorstellen dat de plaatselijke winkelbedienden flessen afstoften in de verloren uurtjes van hun shift. Dus, misschien was er hoop. Vorige week trok ik een 1999 open: goed gekleurde, soepele kurk, die een klein beetje doorgetrokken was zoals het elke wat oudere kurk betaamt. Hadden deze flessen nog lang in een koel magazijn liggen slapen? Blijkbaar wel, want het eerste wat ik rook bij het ingieten van een proefglas was ... een warme stal. Daarna kwamen er kruiden opzetten, laurier ja, en salie, dan bosbesjes, van die kleine, die vroeger altijd op de Kempische bosbessentaarten lagen waar ik zo verlekkerd op was als kind. In de mond verbazingwekkend veel fraîcheur, koel zelfs en glad met zoetsappig fruit, cacao en een beetje koffie, vrouwelijke rondeur, tot hij plots zijn tanden bloot gromt aan het eind: stugge, maar goed gedekte, krachtige tannines, nog steeds ... . Paradoxale wijn, Bandol.
Nog eens tijd om een WvdW'tje te doen ... . Ik was met de feestdagen het rubriekje volledig uit het oog verloren, tot afgelopen week wel twee heel opmerkelijke wijnen ons glas kruisten en Cabernette zich afvroeg welke van beide wijnen nu de beste van de afgelopen week mocht zijn. Twee opmerkelijke wijnen, twee Italianen - "Hoe kan het ook anders", hoor ik u denken - van twee bijna vergeten druivenrassen. Je weet wel, van die rassen waarvan je je kan afvragen of ze vergeten zijn omwille van de povere reputatie die ze te lang droegen of omwille die onuitsprekelijke naam die zeker in overzeese gebieden een struikelblok vormt ... . Eén van de twee was een 100% Marzemino. Ja, Marzemino. Nee?
1. Mozartwijn. Marzemino, het klinkt voor veel Mozartliefhebers vast bekender in de oren dan voor de meeste wijnliefhebbers. "Versa il vino! Eccellente Marzimino!", roept Don Giovanni Leporello toe tijdens een zoveelste drinkgelag. Niet veel later doemt een bulderende Commendatore uit het niets op en sleurt Don Giovanni naar de plek waar hij eeuwig zal boeten voor zijn decandente en immorele gedrag. We kennen ze allemaal deze scène: een stenen kolos, die onvermurwbaar Don Giovanni het zieleheil ontzegt en hem onder veel gensters, gespetter en geroffel uit de orkestbak van het podium afsleurt naar de donkere catacomben van de hel. Maar, waarom Marzemino, of Marzimino, zoals hij bij Mozart heet? Het wringt zelfs een beetje in de prosodie. Die is meestal heel netjes bij Mozart, dus daar moeten we het al niet gaan zoeken. Excellent moet hij wel geweest zijn als we Don Giovanni mogen geloven. Was dat prestige dan de reden waarom Don Giovanni zich er lazarus aan zoop? Nicolaas Klei geeft er ook geen sluitend antwoord op in zijn weer eens schitterend geschreven boekje Achter het etiket: "Nu zijn Don Giovanni's aardse dwalingen en hellevaart weliswaar niet het gevolg van marzimino," zegt hij, "maar je zou je kunnen voorrstellen dat de wijn in een kwade reuk staat", en bijgevolg wel past bij dat verdorven karakter van Don Giovanni. Klei besluit dat dat gelukkig niet het geval is, daar Marzemino's - zo redeneert Klei in een cirkeltje - volstrekt onbekend zijn en helemaal geen wilde hellevaart oproepen als je ze drinkt. Bij ome Marzemino moeten we het dus niet gaan zoeken, volgens Klei. Het had wel kunnen kloppen ... . Bijna niemand drinkt nu nog Marzemino en de druif op zich vinifiëren gebeurt ook niet bepaald met de regelmaat waarmee Bert Anciaux stommiteiten debiteert. Meestal mag Marzemino net een bescheiden rolletje spelen in wijnen van rond het Gardameer, wijnen die vooral uit Sangiovese, Barbera of internationale druivenrassen bestaan. Tot voor kort speelde Marzemino zelfs nog een bijrolletje in de Chianti-soap: samen met Mammolo en Canaiolo Nero mocht hij Chianti wat kleuren en daar was het dan ook meteen mee gezegd. Over de smaak van Marzemino sneed men de laatste eeuw niet snel hoog op. 't Was zelfs een ambetante druif die niet veel opbracht en om de haverklap beschimmelde. Dus: exit Marzemino. Exit? Toch niet helemaal. Ondertussen zijn er weer een paar Italiaanse wijnboeren die zo hun eigen ideeën hebben over Marzemino. Dat gebeurt wel eens meer in Italië: zo van die boeren die het beter gaan weten. Maar deze keer is het geen ordinair spelletje dwarszitten of betweten. De geschiedenis geeft hen gelijk: Marzemino was in de tijd van Mozart een druif die zeer hoog aangeschreven stond. Vooral omwille van de zoete, sterke rode wijn die er volgens de passito-methode mee gemaakt werd. Een beetje als Amarone, Recioto della Valpolicellaand the likes. Zoet, vet in de mond, rijk chocoladeachtig, hoog in alcoholpercentage ... dat klinkt een beetje als een hedonistenwijn. Niet verwonderlijk dus dat Mozart net deze rode wijn uit Don Giovanni's dronkenlappenbakkes laat galmen.
Een paar versies (niet de Gardiner-versie die Klei aanhaalt: populistische, moraliserende enscenering; orkestspel stijlloos en uit balans, houterige tempi):
Versie van Don Giovanni niet formidabel geënsceneerd door Zeffirelli, maar met schitterende stemmen: Samuel Ramey (Don Giovanni), Ferruccio Furlanetto (Leporello) en de onovertroffen Kurt Moll (Commendatore). MET o.l.v. James Levine, 1990.
Knappe moderne enscenering van Peter Sellars. Eugene Perry (Don Giovanni), Herbert Perry (Leporello), James Patterson (Commendatore). Wiener Symphoniker o.l.v. Craig Smith, 1990.
2. Proletariërswijn. Ik had er ook eentje in de kelder liggen. Gekregen van de beide meesters in aberrante wijnen die wijnwinkel Pasqualinno uitbaten. Moest ik eens proberen: Eugenio Rosi, Poiema Trentino Marzemino DOC 2002. 2002 was wel een waar pokkenjaar in veel stukken van Italië, maar de Rosi had er weer eens wat geweldigs mee gedaan. Rosi? Eugenio Rosi? Ik kon er mijn halve kelder wel op verwedden dat ik er ergens iets over gelezen had of dat iemand me er wat van verteld had. Nee, het was niet Rossi van 'de Rossi', de dikke brommende Italiaan die in de zomermaanden altijd met zijn crèmekarretje aan de uitgang van de schoolpoort stond. Lap ... , terwijl we naar huis reden met de fles naast m'n voeten in de auto zat ik me weer eens het hoofd te breken over de één of nobele bijna-onbekende. Dat heb ik nu altijd: ik kan echt geen namen onthouden, een beetje lastig in dit vak. Erger nog ... ik had het gevoel dat het zo ergens vooraan in mijn hersenkronkels hing, maar er net niet uit wilde. Frustrerend. Inklings noemen ze dat in het Engels. Alzheimer light, wat mij betreft. Grrrrrr, om gek van te worden. De avond dat ik de fles uit de kelder haalde viel het me te binnen op de keldertrap: ik had het hier gelezen, op de blog van foodfan. Natuurlijk, als er één is die als geen ander prettig gestoorde wijnbouwers weet op te snorren in Italië, dan is het wel haar aanhangsel: foodman. Zoals foodfan het schrijft: een half getikte wijnbouwer die zonder toegevingen zijn eigen ding wil doen en daar hoort een 100% Marzemino natuurlijk bij. Liefst nog wel biologisch ook. Het kon weer niet radicaal genoeg voor Eugenio. Hij wordt ook wel de 'proletarische wijngod van Trente' genoemd, want raar maar waar: Eugenio bezit nog geen halve wijnstok en hij heeft ook geen cantina. Nee, hij huurt alles. Hij maakt als het ware wijn uit het niets. Alleen een piepklein keldertje, waarin hij zijn gasten ontvangt temidden de oude eiken fusten en barriques van kerselaar, mag hij het zijne noemen. Een binnenstebuiten gedraaide Marxist, zo lijkt het wel. Ja, barriques van kerselaar voor Genio's Marzemino, want het is onder andere deze houtsoort die de Poiema zo knap maakt. Marzemino is immers een druif die dan wel wat kleur heeft, maar dikwijls nukkig gesloten blijft. De wijnen geven niets prijs: niets in de neus, niets in de mond. Alleen de textuur - vol, zacht - en de kleur vallen op. Zo een beetje als Tannat: zwart, ruw, bonkig, maar op de neus noppes, nougabollen, niks. Toch als hij nog jong is. In Madiran werd het probleem opgelost door de wijn aan het beademingsapparaat te hangen. Belletjes doorblazen - microbullage - en voilà, de wijn werd meteen heel wat toegankelijker. Een heel brutaal proces waarmee ook meteen de helft van het karakter van Tannat foetsie borrelt, maar ja, wie maalt daar nu om? Als de commerce maar draait ... . Laat Eugenio nu net aan dit laatste een gloeiende hekel hebben. Hij verkoopt nog liever niets in plaats van een fruitige fakewijn die wel door jan-en-alleman gesmaakt wordt. Wijn maken is immers kunst voor Eugenio: je werkt aan een wijn als aan een kunstwerk. Met inspiratie, met vallen en opstaan, maar ook met veel respect voor het materiaal en het medium. Geen brutale ingrepen dus. Laat kersenhout nu iets grotere poriën bevatten als eik en je begrijpt meteen waarom Genio - na een paar jaar experimenteren - uiteindelijk net voor deze houtsoort koos. 12 maanden gedeeltelijk op kersenhout zorgen ervoor dat Marzemino zich, onder invloed van de binnensijpelende zuurstof, heel zachtjes aan openplooit en naast textuur en kleur, zelfs als hij jong is, ook al wat fruit en bloemetjes vrijgeeft in het glas. Dat is echter niet het enige: Genio kent zijn pappenheimers en weet dus best dat Marzemino vroeger in passitostijl werd gemaakt om die lastige geslotenheid te vermijden. Dan krijg je evenwel Mozartwijn en die ligt nu niet meteen volop in de smaak. Trouwens, probeer maar eens op te boksen tegen het imago van zwaargewichten Amarone en Recioto della Valpolicella. Onbegonnen werk, ook al omdat Marzemino zich niet echt leent om er van die moderne concentratiemonsters van te maken die je maar al teveel tegenkomt in dit soort wijnen. Genio's Marzemino is dus een droge wijn geworden, alhoewel er toch wat druiven ingaan die wel gepasserileerd zijn. Genio maakt pas wijn van die druiven als ze goed en wel ingedroogd zijn, een proces waarbij aroma's en suikers geconcentreerd worden. De resulterende passitowijn wordt later geblend met de droge wijn. Het uiteindelijke kunstwerk mag er meer dan best zijn: al wat verlegen geurend naar blauwe pruimpjes, zwarte bessen en viooltjes, met een satijnzachte aanzet en toch diepte en breedte in de mond. Complex en heel harmonieus. Heerlijk, maar helaas veel te snel opengetrokken.
Een prachtig artikel - Italianen weten nog wat 'wijnschrijven' is - over Eugenio en zijn wijnen vind je hier. De proefnota van deze Poiema vind je hier.