The Orbis of Wine

A journey into wine by the True and Only Fratres Organoleptici

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Nieuws
Nieuws

Vlaamse Wijnbloggers op Megavino 2009

E-mail Print PDF

 

Megavino 2009
Ja, u leest het goed! Ook de Vlaamse Wijnbloggers zullen aanwezig zijn op Megavino, het grootste wine-event in ons kleine wijnland. Op vrijdagavond 16 oktober zullen wij van 18:00 tot 23:00h. acte de présence geven tijdens een aparte beursnocturne die dit jaar voor de ieeerste maal georganiseerd wordt: Jongeren en Wijn. U vindt ons terug te midden van een met wijn overgoten loungy sfeertje.
Met z'n allen maken wij het verschil: bij ons geen low-alcohol wines, geen wijnen en rose of geperst druivensap met een hoog bling-bling gehalte zoals de Rich Prosecco van la Hilton - nee - wel echte wijn: wijn met een verhaal, wijn met ballen, wijn even intrigerend als de laatste post-rockschijf of - waarom ook niet - even fout als de laatste b-loop van wie anders dan Amy Winehouse. Bij ons kan u kennismaken met vergeten druivensoorten, wijnen van biodyn over bio tot zéro sulphite of wijnen uit de achterkant van de wijnwereld. Wij laten u ook graag proeven hoe goed wijn kan zijn bij een spannend stuk wijnliteratuur.

 

Wij zien u graag in levende lijve aan onze Wijnblogstand. Tot dan!

LAST_UPDATED2
 

De kurk is eruit!

E-mail Print PDF

Tire Bouchon Bilame Je hebt zo van die flessen waar je met veel verlangen naar uitkijkt, die je vastneemt en dan weer hoofdschuddend teruglegt op hun plaatsje in de kelder, tot plots de dag aanbreekt dat ze kunnen  en mogen gedronken worden. De dag op voorhand wordt ze voorzichtig rechtgezet in de kelder, 's morgens wordt ze met het nodige tromgeroffel bovengehaald om te chambreren en 's avonds gaat eindelijk die kurk eruit ... . Als hij eruit wil tenminste ... . Het wordt trekken en sleuren, puffen van de tot het uiterste gecontroleerde krachtinspanning (de hals moest eens breken, stel je voor!), er wordt gevloekt en dan ineens, ... plop! Komt er toch wel maar de helft uit zeker! Grrrrr, om van te janken! Het gebeurt iedereen wel eens. De truc is te geloven dat de aanhouder wint, de kalmte te bewaren en voorzichtig opnieuw te proberen.
Wij kennen dat maar al te goed. U ook ... of U nu enkele honderden flessen voorraad in de kelder hebt of niet. U hebt het zeker gezien. En wij - tot ons afgrijsen ook: een met teveel tromgeroffel aangekondigde swap van server, een betere synchronisering van de website en een nieuwe url. Alles zag er prachtig uit ... tot de eerste post tenminste. U merkte er - buiten de wekenlange radiostilte - niets van, maar wij des te meer. Zoeken, testen, proberen, niets hielp. Zelfs een complete herinstallatie hielp geen sikkepit. Integendeel: de boel crachte helemaal. Om wanhopig van te worden.
Edoch, dat was buiten onze geweldige admin gerekend. Als een echte bilame (zo'n kurkentrekker met twee lamelletjes - heel handig bij oude kurken) beet hij zich vast in het probleem en, ja, zoals U kan zien: hij heeft het weer eens gefikst. De siteproblemen zijn nu dus eindelijk definitief opgelost! U kan er weer zorgeloos op los surfen.

LAST_UPDATED2
 

WvdW VII - Een dolleke uit eigen kelder: Domaine La Suffrène, Bandol 1999

E-mail Print PDF

De WvdW'tjes volgen elkaar op in ijltempo. Wat proefnota's ertussen, ja, maar daar was het ook ver mee gezegd. Meer dan een week met een halve longontsteking, snot als Cross & Blackwell Picalilly en een luchtpijp die rammelt als een verkalkt koffieapparaat is nu niet echt bevordelijk voor het wijnproeven: ik kon nog net toetsen van cacao en een duidelijke hint van sinaasappelschil thuisbrengen in die gruwelijk zoete longbalsem, maar voor de rest rook ik nog zelfs de kattenbak niet als ik er met m'n neus ging inhangen. Ik had nochthans alle voorzorgsmaatregelen genomen toen ik het slijmvormig onheil voelde naderen. Vitaminen van hier, ginseng van daar, pompelmoesje a day, keeps the doctor away, warme choco met rhum, cachaca, nee, zelfs een Bandol wilde niet helpen. Jammer genoeg de enige, maar toch wel echt de beste wijn van de week.


1. Wijnbloggerswijn: scheten, nijlpaarden en afgeronde glooiingen.
Domaine La Suffrène, Bandol 1999Bloggerswijn is het zo ongeveer geworden, die Bandol, en wel zeker die van Domaine La Suffrène. Een Bandolletje dat je voor een belachelijk lage prijs uit het rek kan grissen in Carrefour/GB jaar in jaar uit, rosé en rood. Echt waar, bloggerswijn, die Bandol en daar zit de oudste Belg onder de bloggers zeker voor niets tussen, toch Cool? Laten we het maar meteen toegeven: een beetje wel. Ik weet nog goed hoe ik als student mijn eerste flesje Bandol van het schap plukte. Ik vond het zo'n rare naam: 'Bandol', zo gebald en afgemeten, maar hij stond er wel die naam. Aangetrokken door die gekke naam en door een hoedje met twee Hachette-sterretjes, kocht ik mijn eerste flesjes Bandol in de Match. "Godsamme, in de Match nog wel", hoor ik u denken. Ja, in de Match en wel puur uit gemakzucht. De Match lag maar op een goede kilometer van mijn kot, dus daar zat ik op een paar minuten te voet van heen en terug. Moest ik niet op de fiets klefferen. Een gehavend stalen ros, dat meer weg had van een vierkant rijdende sapcentrifuge dan van een fiets. Ik reed er eens mee bergaf een bochtje in en voor ik het nog maar goed en wel door had, was mijn zak tomaten al veranderd in instant gazpacho andaluz en hing er een stuk haring te flappen tegen mijn voorste spatbord. Jolig, maar niet echt om over te doen met een paar flesjes wijn in de shoppingtas. De Match was ook niet echt de beste keuze voor wijn, bleek achteraf. Maar ja, zelfs dat kon ik toen nog niet weten. En, het mag gezegd: ere wie ere toekomt, ik heb er toch maar mijn eerste Bandol uit het rek gehaald. Domaine de la Vivonne, een obscure cuvée met de naam Les Puechs uit 2002 waarvan ik nergens wat terugvond op het web. Want ja, dat deed ik wel al. Ik surfte me dikwijls onnozel om wat informatie te vinden over deze of gene wijn. En ja, dan kom je als vanzelf op sommige websites terecht. Typ maar eens 'bandol + wijn + lekker' in je Google-zoekbalkje en er is onmiddellijk één site die bij de eerste drie hits opduikt. Inderdaad: Vinejo's Wijnliefhebbers.
Goed, terug naar die 'Les Puechs' van Domaine de la Vivonne. Ik kon er zoals gezegd niets over vinden, of het moest mijn eigen record in Cellartracker zijn. Ik had er zelfs geen flauw idee van wat die 'Puechs' waren. Ridders? Oerbewoners? Struiken, bomen, beesten? Misschien zelfs scheten? Daar rook de wijn in het begin zelfs wat naar, maar ik kon me nauwelijks voorstellen dat geen enkele wijnboer die ze nog allemaal op een rij had, zijn geesteskinderen als intestinale gassen door het leven wilde laten gaan. Dat moest ik dan maar eens even gaan opzoeken. Na een dag of wat grasduinen door de rekken van de taalkundebibliotheek had ik het uiteindelijk gevonden: 'Les Puechs' was Occitaans - een op Frans gelijkende Romaanse taal die men in het Zuiden, vooral in de Provence sprak en nog steeds (een beetje) spreekt - voor 'hellingen, hoogten, afgeronde glooiingen'. Bij die eerste twee kon ik me nog net wat voorstellen, alhoewel dat laatste, zeker in meervoud, de verbeelding dan weer op hol deed slaan. Je moest dat woordje 'Puechs' zelfs met een beetje sappigheid over de tong laten rollen, zoals je op het vruchtvlees van een rijpe kers zuigt. Je spreekt het uit door je vochtige lippen met overtuiging naar voren uit te stulpen, je tong aan beide zijden om te krullen naar je verhemelte en een licht aangeblazen uu-klank als een sensueel zuchtje te laten ontsnappen. Jaja, interessante wijn, die Bandol. Ik had nog nooit zoveel opgezocht over één fles (maar dat was toen ...).
Toen ik hem pas in het glas had, die eerste Bandol, dacht ik: "Ja lap, ik heb weer eens teveel geld uitgegeven aan viezige plonk". De wijn stonk. Naar de beesten rook hij, en dan nog niet naar schattige konijntjes of zo. Nee, eerder naar varkens die in de modder hadden liggen rollen of beter zelfs: het nijlpaardenhok in de zoo van Antwerpen. Niet te geloven gewoon: nijlpaarden dat is stalgeur in het kwadraat. Eigenlijk was het wel begrijpelijk dat ik vond dat de wijn stonk: het was de eerste keer dat ik een stalluchtje - animaal in het jargon - of misschien zelfs iets reductiefs rook op een wijn. Als je me nu zo'n wijn voorzet, begin ik al te glunderen nog maar voor ik er een slok van geproefd heb. Zelfs een snuifje Brett mag er van mij best wel op. Teleurgesteld liet ik het eerste glas even staan. Ik moest die sneden pepergebraad nog aanbraden en snel, want mijn ovenaardappelen moesten het oventje uit. 10 minuten later kwam er vanuit mijn kot - koken deden we à l'improviste op de gang - "mmm, lekker wijntje". Cabernette had al aan mijn glas gezeten. Ik: "Hoezo? Dat stinkend sapje?" "Dat stinkt helemaal niet. Ik ruik ons ma hare bramenconfituur en zo precies laurierblaadjes." Ik dacht dat ze me weer voor de gek aan het houden was. "Geef dat glas eens hier!" Tiens, dat was precies een andere wijn dan die van 10 minuten geleden. "Zwart fruit, laurier en hout", schreef ik op, want ik wist dat je zoiets moest opschrijven, anders was je geen 'echte'. Interessante wijn, die Bandol. Beetje raar, beetje beestig, maar daar ging ik nog eens wat van kopen.


2. Zeebonken en bosbessentaart.
Navire Royal 18me sleWat later begreep ik dat Domaine de la Vivonne echt wel niet de beste Bandol produceert die er op de markt is en dat dat zeker zo gold voor hun supermarktcuvée. Want, hoe erg het ook moge zijn, er zijn niet veel Bandol-producenten die hun met bloed, zweet en tranen verwekte nakomelingen zien belanden in de supermarktrekken. De reden? Sommigen onder hen hebben het echt niet nodig (bv. Pibarnon, Tempier, Gros Noré, et al.): ze zijn al uitverkocht voor de wijn goed en wel op fles getrokken is. Bandols zijn en blijven blijkbaar insiders-wijnen en die insiders doen er dan ook alles voor om elk jaar aan hun x aantal flessen te geraken. Niet onterecht in veel gevallen, zo weet ik nu. Maar die anderen dan? Want, toegegeven, Bandol is nu niet zo groot, maar toch wel groter dan de paar hectaren topwijn. Laten we het gewoon misplaatste trots noemen: "mijn wijn hoort niet in een supermarkt, blablabla, patati-patata". Ok, moest ik een wijnboer zijn, ik zou het ook gruwelijk vinden moesten flessen die door mijn eigen handen gegaan zijn staan platstoven en wegrotten - rechtop nog wel, want echte helden sterven staande - hoog op een rek waar het veel te warm is en waar er veel teveel UV-licht is. Gruwelijk. En toch, ik zou liever wat flessen aan een supermarkt verpatsen dan dat ik er zelf mee blijf zitten, nougabollen bekendheid verwerf en, erger nog, geen rooie daalder in m'n domein kon investeren, want op die manier bouw je ook geen ene meter aan je reputatie.
Dat moet ook zowat de redeneerwijze van Cédric Gravier geweest zijn toen hij één van de mooiste domeinen uit Bandol erfde van zijn grootvader. Die verkocht zijn druiven jaar na jaar aan een coöperatieve. Een handelswijze die Cédric nog even verderzette, alhoewel hij van in het begin plannen had om de solotour op te gaan. Vanaf 1996 begon hij stilaan zelf wijn te maken in een eigen, volledig nieuwe kelder en hij verkocht hem deels meteen via Carrefour. 1996 was dus de eerste jaargang gebotteld onder de naam Domaine La Suffrène, zo genoemd naar de vroegere bezitter van een stuk van zijn grond: een scheepsmaat van de Bailli de Suffren, niemand minder dan Pierre André de Suffren de Saint-Tropez. Een driedubbel gescharnierde naam die gelijkstaat aan één van de meest legandarische admiraals van de Franse zeemacht Hij durfde het, als één van de eerste en weinige Franse admiraals, aan de Britse hegemonie op zee uit te dagen en met succes te belagen. De Royal Navy beeft nog steeds als zijn naam wordt vernoemd. De Bailli de Suffren was een koppige, trotse en onvervaarde vechtjas die niets of niemand ontzag en nooit een uitdaging uit de weg ging. Dat past wel een beetje bij het karakter van Bandol ... .
AlatristeOndertussen ken ik hem al een tijdje: een stuurse, introverte, maar imposante en afgetrainde capitan Alatriste. Een hese vechtjas, die pas na een paar jaren kelder het stof van de kleren schudt, de laarzen uittrapt en de fluwelige gloed van het haardvuur opzoekt. Ik proefde enkele weken geleden nog een 1998 die in alle finesse en bescheidenheid zich liet uitkleden tot op zijn puurste, zachtste fruitglooiingen, met wat mokka, herfstbladeren, ijzerzandsteen en zoete koekkruiden. Niet vergelijkbaar met wat anders; oude Noordelijke Rhône of Gevrey-Chambertin misschien, maar toch, Mourvèdre, de toch wel wat mysterieuze druif aan de basis van Bandol, is gewoon zichzelf. Ik liep er twee weken later nog over te mijmeren, toen ik toevallig nog wat flessen 1999 en 2000 in een vergeten hoekje in de plaatselijke Carrefour aantrof. Te mooi om waar te zijn, was mijn eerste gedacht. En dat was het waarschijnlijk ook: wijnen die zo lang rechtop gestaan hebben in de warmte zijn meestal dood en vergaan. Ik nam er toch twee flesjes van mee, één van elk. Je wist maar nooit. Wat me al opviel was dat er geen stof op de hals en schouders hing en ik kon me niet echt voorstellen dat de plaatselijke winkelbedienden flessen afstoften in de verloren uurtjes van hun shift. Dus, misschien was er hoop. Vorige week trok ik een 1999 open: goed gekleurde, soepele kurk, die een klein beetje doorgetrokken was zoals het elke wat oudere kurk betaamt. Hadden deze flessen nog lang in een koel magazijn liggen slapen? Blijkbaar wel, want het eerste wat ik rook bij het ingieten van een proefglas was ... een warme stal. Daarna kwamen er kruiden opzetten, laurier ja, en salie, dan bosbesjes, van die kleine, die vroeger altijd op de Kempische bosbessentaarten lagen waar ik zo verlekkerd op was als kind. In de mond verbazingwekkend veel fraîcheur, koel zelfs en glad met zoetsappig fruit, cacao en een beetje koffie, vrouwelijke rondeur, tot hij plots zijn tanden bloot gromt aan het eind: stugge, maar goed gedekte, krachtige tannines, nog steeds ... .
Paradoxale wijn, Bandol.   

De proefnota van deze wijn vind je hier.

LAST_UPDATED2
 

WvdW VI - Mozart dronk proletenwijn: Eugenio Rosi, Poiema, Trentino Marzemino DOC, 2002

E-mail Print PDF

Nog eens tijd om een WvdW'tje te doen ... . Ik was met de feestdagen het rubriekje volledig uit het oog verloren, tot afgelopen week wel twee heel opmerkelijke wijnen ons glas kruisten en Cabernette zich afvroeg welke van beide wijnen nu de beste van de afgelopen week mocht zijn. Twee opmerkelijke wijnen, twee Italianen - "Hoe kan het ook anders", hoor ik u denken - van twee bijna vergeten druivenrassen. Je weet wel, van die rassen waarvan je je kan afvragen of ze vergeten zijn omwille van de povere reputatie die ze te lang droegen of omwille die onuitsprekelijke naam die zeker in overzeese gebieden een struikelblok vormt ... . Eén van de twee was een 100% Marzemino. Ja, Marzemino. Nee?

1. Mozartwijn.
Marzemino, het klinkt voor veel Mozartliefhebers vast bekender in de oren dan voor de meeste wijnliefhebbers. "Versa il vino! Eccellente Marzimino!", roept Don Giovanni Leporello toe tijdens een zoveelste drinkgelag. Niet veel later doemt een bulderende Commendatore uit het niets op en sleurt Don Giovanni naar de plek waar hij eeuwig zal boeten voor zijn decandente en immorele gedrag. We kennen ze allemaal deze scène: een stenen kolos, die onvermurwbaar Don Giovanni het zieleheil ontzegt en hem onder veel gensters, gespetter en geroffel uit de orkestbak van het podium afsleurt naar de donkere catacomben van de hel.
Maar, waarom Marzemino, of Marzimino, zoals hij bij Mozart heet? Het wringt zelfs een beetje in de prosodie. Die is meestal heel netjes bij Mozart, dus daar moeten we het al niet gaan zoeken. Excellent moet hij wel geweest zijn als we Don Giovanni mogen geloven. Was dat prestige dan de reden waarom Don Giovanni zich er lazarus aan zoop? Nicolaas Klei geeft er ook geen sluitend antwoord op in zijn weer eens schitterend geschreven boekje Achter het etiket: "Nu zijn Don Giovanni's aardse dwalingen en hellevaart weliswaar niet het gevolg van marzimino," zegt hij, "maar je zou je kunnen voorrstellen dat de wijn in een kwade reuk staat", en bijgevolg wel past bij dat verdorven karakter van Don Giovanni. Klei besluit dat dat gelukkig niet het geval is, daar Marzemino's - zo redeneert Klei in een cirkeltje - volstrekt onbekend zijn en helemaal geen wilde hellevaart oproepen als je ze drinkt. Bij ome Marzemino moeten we het dus niet gaan zoeken, volgens Klei. Het had wel kunnen kloppen ... . Bijna niemand drinkt nu nog Marzemino en de druif op zich vinifiëren gebeurt ook niet bepaald met de regelmaat waarmee Bert Anciaux stommiteiten debiteert. Meestal mag Marzemino net een bescheiden rolletje spelen in wijnen van rond het Gardameer, wijnen die vooral uit Sangiovese, Barbera of internationale druivenrassen bestaan. Tot voor kort speelde Marzemino zelfs nog een bijrolletje in de Chianti-soap: samen met Mammolo en Canaiolo Nero mocht hij Chianti wat kleuren en daar was het dan ook meteen mee gezegd. Over de smaak van Marzemino sneed men de laatste eeuw niet snel hoog op. 't Was zelfs een ambetante druif die niet veel opbracht en om de haverklap beschimmelde. Dus: exit Marzemino.
Exit? Toch niet helemaal. Ondertussen zijn er weer een paar Italiaanse wijnboeren die zo hun eigen ideeën hebben over Marzemino. Dat gebeurt wel eens meer in Italië: zo van die boeren die het beter gaan weten. Maar deze keer is het geen ordinair spelletje dwarszitten of betweten. De geschiedenis geeft hen gelijk: Marzemino was in de tijd van Mozart een druif die zeer hoog aangeschreven stond. Vooral omwille van de zoete, sterke rode wijn die er volgens de passito-methode mee gemaakt werd. Een beetje als Amarone, Recioto della Valpolicella and the likes. Zoet, vet in de mond, rijk chocoladeachtig, hoog in alcoholpercentage ... dat klinkt een beetje als een hedonistenwijn. Niet verwonderlijk dus dat Mozart net deze rode wijn uit Don Giovanni's dronkenlappenbakkes laat galmen.

Een paar versies (niet de Gardiner-versie die Klei aanhaalt: populistische, moraliserende enscenering; orkestspel stijlloos en uit balans, houterige tempi):

Versie van Don Giovanni niet formidabel geënsceneerd door Zeffirelli, maar met schitterende stemmen: Samuel Ramey (Don Giovanni), Ferruccio Furlanetto (Leporello) en de onovertroffen Kurt Moll (Commendatore). MET o.l.v. James Levine, 1990.

 

Knappe moderne enscenering van Peter Sellars. Eugene Perry (Don Giovanni), Herbert Perry (Leporello), James Patterson (Commendatore). Wiener Symphoniker o.l.v. Craig Smith, 1990.

 

2. Proletariërswijn.
Ik had er ook eentje in de kelder liggen. Gekregen van de beide meesters in aberrante wijnen die wijnwinkel Pasqualinno uitbaten. Moest ik eens proberen: Eugenio Rosi, Poiema Trentino Marzemino DOC 2002. 2002 was wel een waar pokkenjaar in veel stukken van Italië, maar de Rosi had er weer eens wat geweldigs mee gedaan. Rosi? Eugenio Rosi? Ik kon er mijn halve kelder wel op verwedden dat ik er ergens iets over gelezen had of dat iemand me er wat van verteld had. Nee, het was niet Rossi van 'de Rossi', de dikke brommende Italiaan die in de zomermaanden altijd met zijn crèmekarretje aan de uitgang van de schoolpoort stond. Lap ... , terwijl we naar huis reden met de fles naast m'n voeten in de auto zat ik me weer eens het hoofd te breken over de één of nobele bijna-onbekende. Dat heb ik nu altijd: ik kan echt geen namen onthouden, een beetje lastig in dit vak. Erger nog ... ik had het gevoel dat het zo ergens vooraan in mijn hersenkronkels hing, maar er net niet uit wilde. Frustrerend. Inklings noemen ze dat in het Engels. Alzheimer light, wat mij betreft. Grrrrrr, om gek van te worden.
De avond dat ik de fles uit de kelder haalde viel het me te binnen op de keldertrap: ik had het hier gelezen, op de blog van foodfan. Natuurlijk, als er één is die als geen ander prettig gestoorde wijnbouwers weet op te snorren in Italië, dan is het wel haar aanhangsel: foodman. Zoals foodfan het schrijft: een half getikte wijnbouwer die zonder toegevingen zijn eigen ding wil doen en daar hoort een 100% Marzemino natuurlijk bij. Liefst nog wel biologisch ook. Het kon weer niet radicaal genoeg voor Eugenio. Hij wordt ook wel de 'proletarische wijngod van Trente' genoemd, want raar maar waar: Eugenio bezit nog geen halve wijnstok en hij heeft ook geen cantina. Nee, hij huurt alles. Hij maakt als het ware wijn uit het niets. Alleen een piepklein keldertje, waarin hij zijn gasten ontvangt temidden de oude eiken fusten en barriques van kerselaar, mag hij het zijne noemen. Een binnenstebuiten gedraaide Marxist, zo lijkt het wel.
Ja, barriques van kerselaar voor Genio's Marzemino, want het is onder andere deze houtsoort die de Poiema zo knap maakt. Marzemino is immers een druif die dan wel wat kleur heeft, maar dikwijls nukkig gesloten blijft. De wijnen geven niets prijs: niets in de neus, niets in de mond. Alleen de textuur - vol, zacht - en de kleur vallen op. Zo een beetje als Tannat: zwart, ruw, bonkig, maar op de neus noppes, nougabollen, niks. Toch als hij nog jong is. In Madiran werd het probleem opgelost door de wijn aan het beademingsapparaat te hangen. Belletjes doorblazen - microbullage - en voilà, de wijn werd meteen heel wat toegankelijker. Een heel brutaal proces waarmee ook meteen de helft van het karakter van Tannat foetsie borrelt, maar ja, wie maalt daar nu om? Als de commerce maar draait ... . Laat Eugenio nu net aan dit laatste een gloeiende hekel hebben. Hij verkoopt nog liever niets in plaats van een fruitige fakewijn die wel door jan-en-alleman gesmaakt wordt. Wijn maken is immers kunst voor Eugenio: je werkt aan een wijn als aan een kunstwerk. Met inspiratie, met vallen en opstaan, maar ook met veel respect voor het materiaal en het medium. Geen brutale ingrepen dus. Laat kersenhout nu iets grotere poriën bevatten als eik en je begrijpt meteen waarom Genio - na een paar jaar experimenteren - uiteindelijk net voor deze houtsoort koos. 12 maanden gedeeltelijk op kersenhout zorgen ervoor dat Marzemino zich, onder invloed van de binnensijpelende zuurstof, heel zachtjes aan openplooit en naast textuur en kleur, zelfs als hij jong is, ook al wat fruit en bloemetjes vrijgeeft in het glas.
Eugenio Rosi, Poiema, Trentino Marzemino DOC 2002Dat is echter niet het enige: Genio kent zijn pappenheimers en weet dus best dat Marzemino vroeger in passitostijl werd gemaakt om die lastige geslotenheid te vermijden. Dan krijg je evenwel Mozartwijn en die ligt nu niet meteen volop in de smaak. Trouwens, probeer maar eens op te boksen tegen het imago van zwaargewichten Amarone en Recioto della Valpolicella. Onbegonnen werk, ook al omdat Marzemino zich niet echt leent om er van die moderne concentratiemonsters van te maken die je maar al teveel tegenkomt in dit soort wijnen. Genio's Marzemino is dus een droge wijn geworden, alhoewel er toch wat druiven ingaan die wel gepasserileerd zijn. Genio maakt pas wijn van die druiven als ze goed en wel ingedroogd zijn, een proces waarbij aroma's en suikers geconcentreerd worden. De resulterende passitowijn wordt later geblend met de droge wijn. Het uiteindelijke kunstwerk mag er meer dan best zijn: al  wat verlegen geurend naar blauwe pruimpjes, zwarte bessen en viooltjes, met een satijnzachte aanzet en toch diepte en breedte in de mond. Complex en heel harmonieus. Heerlijk, maar helaas veel te snel opengetrokken.

Een prachtig artikel - Italianen weten nog wat 'wijnschrijven' is - over Eugenio en zijn wijnen vind je hier.
De proefnota van deze Poiema vind je hier.

LAST_UPDATED2
 

WvdW V - N-WvdW? Nameshopping, vineuze zuivering en empty shells

E-mail Print PDF
We’re catching up, … met een beetje moeite, maar het gat in de WvdW’s is stilaan gedicht: een wijn van de week voor twee weken terug, het beste bewijs dat elke goede wijn die we tegen het lijf lopen toch ergens zijn sporen nalaat. Alhoewel, … misschien mogen we ook wel spreken van een ‘non-wijn van de week’: geen rotslechte wijn – die vergeten we liever via de gootsteen – maar een wijn die bitter teleurstelt, die in geen geval verwachtingen waarmaakt, die zonder twijfel een kat in de zak was.

1. Namedropping ft. nameshopping.
WvdW V DolcettoTwee weken geleden sloten we de week af met een diner voor collega’s bij ons thuis. Twee formules: Italiaans met aangepaste wijn of Indisch met aangepast bier. Voorspelbaar dat de keuze overtuigend naar het eerste alternatief overhelde. Indisch, hoe lekker, anders en divers ook, mag nog altijd niet rekenen op veel acolieten in ons aartsconservatief gastronomisch landje. Wat we kennen blijft jammer genoeg maar al te vaak de maatstaf. Italiaans met aangepaste wijn dus. Upon special request hoorde daar spaghetti carbonara bij, pasta met een saus van zure room, een harde kaas zoals parmigiano reggiano, eieren en fijn gesneden lichtgerookt spek. Heel wat anders dus dan de carbonara Bauernschmauz die je hier zo dikwijls gepresenteerd wordt in de zoveelste brasserie van het 35ste knoopsgat: een plakkerige brij platgekookte pastaslierten met slijmerige kaasdraden en in zijn eigen vet meegekookt gerookt spek. Het gastronomische equivalent van ons nieuwste politowbizzkoppel Smet-Martens zowaar.
Maar ja, wat drink je daar nu bij? Een niet geëikte, frisse Barbera doet het altijd goed, maar de Asti’s die ik nog heb liggen, waren ofwel al wat te geëvolueerd, ofwel te aards, ofwel op eik opgevoed. Geen match voor de fris zurige en rokerige aroma’s van carbonara. Ook te rond om tegen de pasta en de zure room op te kunnen. Een Dolcetto dan? Een Dolcetto d’Alba van Faletto. ’t Zal u misschien niet meteen zoveel zeggen. Zeker niet als ik verzwijg dat er in niet te missen letters ‘Bruno Giacosa’ op het etiket staat onder de azienda-naam. What’s in a name? Had Hamlet het maar geweten, het had hem heel wat existentiële zorgen bespaard: gewoon geld, niet meer niet minder. Namen verkopen nu eenmaal. Iedereen gaat er wel op af. Zinloos te pretenderen dat het ons niet zou beïnvloeden. Ik liep dit flesje tegen het lijf bij een wijnhandelaar in het Leuvense en dacht: “Moet ik toch ook eens proberen, die Giacosa”. Voor zo’n reflex hoef je je zelfs niet echt te schamen: ergens moeten zulke wijnen deel uitmaken van je referentiekader. Zo weet je niet alleen waar de wijnwereld de mond van vol heeft, maar zo leer je ook vergelijkend proeven. Je komt immers aan de weet welke kwaliteit en welk karakter gezien wordt als iconisch voor een bepaalde wijn, een appellatie, een streek, een vinificatiestijl. Altijd mooi meegenomen dus.
Het venijn zit het echter weer in de staart: je koopt zulke flessen hopelijk niet alleen om jezelf erop te beroemen dat je ze geproefd hebt, je koopt ze ook omdat je toch ergens veronderstelt dat ze voor een zekere kwaliteit, een uitnemende stijl of een persoonlijkheid staan. Om net diezelfde reden koop je merkkleding waarop onder het kraagetiket in rode lettertjes By Missoni geborduurd staat. En daarom hoort die goedkope coverplaat ook in het rijtje albums van deze of gene geliefde popster: eens kijken hoe die dit of dat interpreteert. Jammer dat die interpretaties niet altijd even succesvol zijn: weer eens € 20 weggegooid aan een saaie, inspiratieloze plaat of weer eens € 100 teveel gespendeerd aan een jurk die er wel leuk uitziet, maar qua kwaliteit even schraal is als de jurk twee kapstokken verder zonder de rode lettertjes … . Je had er misschien beter wat anders, wat nieuws, wat onbekends voor gekocht.


2. By Bruno Giacosa.
Het kan net zo gaan met wijn: je stelt je hoop op die ene naam en uiteindelijk bakt hij er toch niks van. De wijn stelt op alle vlakken teleur, lijkt banaal, heeft eigenlijk niet veel te vertellen of is, in de pijnlijkste gevallen, gewoon slecht. Misschien stonden de verwachtingen wat te hoog gespannen of misschien betaalde je zoveel teveel alleen voor die ene naam. Dikwijls gaat het zelfs om een combinatie van beide. Neem nu deze Giacosa-Dolcetto: om en beide € 20 voor een fles – al aardig wat voor een Dolcetto – en eigenlijk niet veel meer dan een weliswaar zeer correcte, maar totaal inspiratieloze, fletse wijn in het glas. Fris en vers, ja, maar een stereotyp, bijna politiek correct beetje wijn in het glas: geen karakter, zelfs geen Dolcetto-karakter. Het lichtvoetig fruitige was er misschien wel, maar zo net wat teveel op rijpheid gevinifieerd en met een alles vervlakkende, stevige dosis maceratie (macération carbonique?). De pittige zuurtjes ontbraken, de lichtjes stinky aroma's waren er propertjes uitgekuist en er was ook al geen spoortje mineraliteit te ontdekken. Mineraliteit, iets wat Dolcetto anders wel echt goed kanWvdW V Podere de Ipplis opnemen en hem een onverwachte complexiteit verleent. Licht, vinnig, kernachtige fruitig, een beetje dirty hier en daar en een tikkeltje mineraliteit ... . Kijk eens wat er allemaal in de marche van Dolcetto ligt. Toch jammer dat er allemaal uitgezuiverd werd door marketinggeneraal Giacosa. Een zielloos glas geconfomeerde perfectie. Een beetje als de zovele babes die de straat bevolken: klonen van elkaar in dezelfde maskers, zonder karakter, zonder inhoud, empty shells.
Ok, misschien hang ik hier weer wat de harde tante uit: de fles was leeg. 6 man aan tafel en wijn nummer 3 zijnde van een reeksje van 4, wil dat natuurlijk wel wat zeggen: slecht was deze wijn zeker niet en iedereen mocht hem, maar voor mij was dit gewoon een saai glas. Cabernette en ik dronken er ook het minst van. Wij hadden ons ervoor al laten gaan in een witte wijn, een wijn van een huis dat ik al enkele jaren volg, met steeds stijgende interesse. Want, hoe meer ik er van proef, hoe meer ik hun stijl kan appreciëren. Er wordt niet voor de volle 100% natuurlijk gewerkt, ook niet biodynamisch, ook niet lutte raisonnée, ook niet industrieel, ... nee, er wordt gewoon wijn gemaakt zoals dat de heren en dames van Ca'Ronesca bezielt.  Om namen en etiketten hebben ze het zo niet gezien, getuige ook de eenvoud van hun etiketten, de karige informatie op de website en de naam van hun topwijn: een 100% Chardonnay, genaamd Vino senza qualità, zo genoemd naar analogie met Der Mann ohne Eigenschaften, een modernistische literatuurklassieker van de hand van Robert Musil. Te zijn zonder predikaten, daar gaat het om (en er loert weer een Hamlet om de hoek). Zo ook deze wijn, die frappeert door zijn weerbarstig karakter, zijn lak aan welwillendheid. Heerlijk.
Wij dronken die avond bij de risotto al limone met pladijs en citroengras evenwel een andere wijn van Ca'Ronesca, die ik bijna even hoog inschat als hun Senza qualità: Ca'Ronesca's Podere de Ipplis, een 100% Sauvignon Blanc, slechts gedeeltelijk malolactisch vergist, wat op lie, wat op vat, ... wat vanalles mooi geassembleerd tot een stuk glasgepolijst groen glas. Je weet wel, van die glazen bolletjes die je wel eens in de vloedlijn aantreft, die zo lekker geuren naar jodium, zee en verderf. Het voluptueuze karakter van deze Colli Orientali-Sauvignon zou je niet meteen met Sauvignon associëren, de groene peper en de kruisbes daarentegen wel. Sappig van het begin tot het einde, met een lange, grippige, rokerige afdronk die toch nog steeds barst van het groene fruit. Wees maar zeker dat ook deze fles leeg was, die avond, al lag dat vooral aan slechts twee tafelgasten ... .
 
Proefnota's van deze en andere wijnen vind je hier.
LAST_UPDATED2
 


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Welkom op de webstek van 'The Orbis of Wine'

Laatste commentaren op Cabernettes blog


Toekomstige activiteiten

Geen evenementen